Drs. Johan Arendt Happolati
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
Beginselverklaring:
 Eindelijk schrijf ik je weer, omdat er grote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke. (Openingszin uit de roman 'Kaas' van Willem Elsschot, 1933)
 
stijlvol
met liefde voor de taal
grappig
voor elck wat wils
plagen mag, judassen niet
 geen gedonderjaag met andermans lief
QUALITY PRODUCT
 
MADE IN
BRUGGE
FLANDERS
 

Medebloggers:
 
(NL) Aargh
(S)   Baasbraal
(NL) Babbel
(NL) Dawolf
(NL) Djust
(NL) Eefs log
(NL) Fredzijn U 19.02.09
(NL) Givamo
(B)   Ils
(B)   Irimi
(B)   Ivo Victoria
(NL) Jenni 
(B)   Junegirl
(NL) Margot
(NL) Miss Punt 
(NL) Muisgrijs U 04.01.08
(NL) Soyrosa
(B)   Tante Annie
(NL) T!EN
(B)   Weegbreker
(B)   Wizzewasjes
 
 
Over ons Nederlands:
 
 
(*)       Aanraders
  Nú lezen! Allen daarheen!
  (Nieuw, dus...)
Klik hier voor de hele, retemoeilijke reutemeteut.
 
Dt-spelling voor dummies
(De doos van Pandora)
 
 
Medebloggers,
 
Ik heb op mijn werk in de loop der decennia een zekere expertise opgebouwd in het opstellen van documenten voor dummies. *kuch* Jawel, ik ben een notoir simplificeerder. In ambtelijke taal opgestelde handleidingen vermaal ik op prettig gestoorde wijze tot hapklare brokken en dus tot bruikbaar didactisch materiaal, zodat de eerste de beste van de straat geplukte pipo ermede aan de slag kan.
 
Nu stelde ik op mijn omzwervingen langsheen allerlei blogs vast dat vele Nederlanders en Vlamingen worstelen met de dt-spelling. Zoude het ook mogelijk zijn, zo vroeg ik mij af, zoude het ook mogelijk zijn de dt-spelling uitgelegd te krijgen aan piepkuikens die pas uit het ei gekropen zijn en dus in al hun dommigheid nog niet het verschil kennen tussen een breinaald en een atoomduikboot?
 
Ja! Een schier niet tot een goed einde te brengen uitdaging, dat zag ik wel zitten. Vol goede moed sloeg ik het Groene Boekje Klik hier enkel als u het écht niet meer weet! (<= klikbaar) erop na en meteen besefte ik ook hoe het komt dat de mensen die spelregels niet onder de knie krijgen: je snapt geen fluitje van dat hele Groene Boekje. Ik besloot de klus dan maar zélf te klaren en ging aan het tikken dat mijn onderlip ervan beefde.
 
Nou, dat viel dus dik tegen: ik kreeg de hele constructie niet op eenvoudige wijze en vooral niet volledig op papier. U moet weten dat ik over een geheim wapen meende te beschikken, namelijk het beroemde, maar inmiddels in vergetelheid geraakte Vlaamse ezelsbruggetje:
 
 
1e persoon enkelvoud (ik):
Ik drink nooit thee,
2e persoon enkelvoud (gij, je, jij, u):
gij drinkt altijd thee,
3e persoon enkelvoud (hij, het):
hij drinkt thee als hij tegenwoordig is.
 
 
Al puzzelend en al tobbend kwam ik echter tot de constatering dat dat hele ding niet klopt. Neen, het klopt niet. Probeer maar eens volgende fenomenen in dat trucje hierboven te vangen:
 
- U liep verloren. (2e persoon enkelvoud)
- Gij vondt (jawel), maar u vond (2e persoon enkelvoud)
- Drink jij thee? (2e persoon enkelvoud)
- Hij wil wel. (3e persoon enkelvoud)
 
Zo! Daar moest dus flink aan gesleuteld worden. En dat zag ik - ten prooi als ik was aan opperste vertwijfeling - niet zitten. Het hele onaffe project belandde (jawel, met twee d's) dus in mijn concepten.
  
Tot ik onlangs Jordy D. ontmoette (jawel, met twee t's). Deze sympathieke en artistieke duizendpoot - trouwens half Belg, half Hollander - kan niet alleen een aardig stukje tekenen, hij heeft zich nu ook aan het schrijven van een toneelstuk gezet. En ik moet zeggen: hij heeft er verstand van. Hij vertrouwde mij de synopsis van zijn verhaal toe en ik snapte meteen dat hij een interessante benadering had gevonden om een maatschappelijk gegeven bespreekbaar te maken, of hoe zeg je het? Helaas pindakaas: zijn tekst krioelt van de dt-fouten. Bummer!
 
En toen dacht ik weer, godverdomme, Happolati, die dt-spelling voor dummies, die moet er nu maar eens komen! Nou, Medebloggers, het probleem heeft mij dagenlang beziggehouden en bloed, zweet en tranen gekost, wilt u dat wel geloven? Er kwamen boeken uit de bibliotheek aan te pas en nachtelijke gesprekken met mijn vrouw en echtgenote die tot overmaat van ramp ook nog eens een onderwijzeres bleek te zijn. En ik die dacht dat wat kinderen uit de derde klas onder de knie krijgen toch in enkele regels moet te vatten zijn, moest nu vaststellen dat er bladzijden en bladzijden literatuur aan vuilgemaakt zijn. Wil(t?) u wel geloven dat ik het op het laatste soms zelf niet meer wist? Gij vondt, maar u vond... Wend u tot de conciërge, maar wendt u zich tot de conciërge. Zukke dingen. Ik had meer afgebeten dan ik kon kauwen; het leek wel of ik de doos van Pandora had ontkurkt.
  
Ik zal hier nu niet beweren dat mijn uitleg volledig is - wellicht niet - maar het moet toch mogelijk zijn de meest gangbare fouten de wereld uit te krijgen. En als mijn uitleg dan al niet volledig is, dan hoop ik toch tenminste dat hij correct is. Ik sta trouwens open voor correcties en verbeteringen. En als hij niet correct is, laat hem dan grappig zijn!
 
Mijn dt-spelling voor dummies bestaat uit twee hoofdstukken. Eerst leg ik op snaakse en angstaanjagend complexe wijze uit hoe de vork in de steel zit, en tegen welke hallucinante dingen een mens allemaal kan oplopen, en vervolgens geef ik een korte inhoud van de hele reutemeteut.
 
Ben u er klaar voor? Ja? Laat de rest van het gezin maar rustig naar de verrekijk zitten turen: hun heb toch geen interesse in spelling en grammatica, en hun zullen het dan ook niet ver brengen in het leven; dat is een feit dat zeker is.
 

 
I. De stam van het werkwoord
 
Bij het onder de knie krijgen van de spelling van de werkwoorden is het herkennen of het vinden van de stam cruciaal. In het Groene Boekje staat een hele explicatie over hoe de stam moet gevonden worden, maar daar doen wij niet aan mee. Nee, wij betrouwen op ons moedertje; die heeft ons namelijk de stam van alle werkwoorden geleerd. De stam van het werkwoord is gewoon de verschijningsvorm van het werkwoord in de eerste persoon enkelvoud van de onvoltooid tegenwoordige tijd.
 
- ik speel
- ik word
- ik ravot
- ik wandel
- ik leef
- Ik vind
 
Meer is dat niet. En minder ook niet. Hoe moeilijk kan dat nu zijn?
 
Ik besef echter ook wel dat die uitleg over de stam van het werkwoord hierboven niet erg wetenschappelijk of taalkundig onderbouwd is, en toch denk ik dat hij volstaat. Als ik u de opdracht geef de stam van het werkwoord 'worden' te vinden en u schrijft 'ik wort', dan zit u in de verkeerde klas en houdt de les hier voor u op. De les houdt ook op als u schrijft 'ik leev'. Of 'ik vint'. Nee, da's onzin. Ik mag hopen dat u tenminste niet helemaal mallotig bent.
 
 
II. Happolati's ezelsbruggetje
(voor de eerste drie personen enkelvoud in de onvoltooid tegenwoordige tijd en bovendien enkel voor de zwakke werkwoorden)
 
Zwakke werkwoorden zijn werkwoorden die niet van klank veranderen als u ze vervoegt in de verleden tijd, sterke werkwoorden daarentegen veranderen wel van klank.
 
- spelen, speelde gespeeld (zwakjes)
- vallen, viel, gevallen (beresterk)
 
Medebloggers, ik had u al gezegd dat dat ezelsbruggetje van 'ik drink nooit thee' enz. niet werkte. Ik heb er dus zelf eentje moeten verzinnen. Schrikt u vooral niet van de vier merkwaardige zinnen die nu op u af zullen komen:
 
Ik drink tegenwoordig nooit thee.
Al de rest wel, behalve Wil.
Hoe denk jij trouwens over inversie?
Gij zijt een speciaal geval.
 
Ik besef zeer wel dat Happolati's ezelsbruggetje niet bepaald uitnodigt om uit het hoofd geleerd te worden en ik roep dan ook de hulp in van al mijn lezers om het te verfijnen. Het ding op rijm zetten, zal waarschijnlijk niet mogelijk zijn, maar wellicht vindt iemand toch een manier om het wat op te leuken.
 
De vraag die wij proberen te beantwoorden is dus: 'komt er na de stam wel of niet een t?'
 
Deze vier zinnen zeggen veel - en waarschijnlijk alles - over de vervoeging van de eerste drie personen enkelvoud in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
 
Namelijk:
 
- Het gaat over de tegenwoordige tijd.
- De eerste persoon krijgt nooit een t na de stam (ik drink nooit thee).
- Zowel de tweede als de derde persoon enkelvoud krijgen wel een t.
- Het probleem van de inversie.
- Gij is een speciaal geval.
 
Nu moet u weer niet gek gaan zitten doen, en denken:
 
de stam van zitten is 'zit', daar moet in de tweede persoon een t achteraan, dus:
 
- jij zitt
 
of
 
- ik weet (= stam), dus... hij weett...
 
Nee, nu moet u niet de guit gaan uithangen. Zo nu en dan een snakerijtje op zijn tijd, dat kunnen wij hier op het blog van de Drs. wel appreciëren, maar u moet wel bij de les blijven en goed naar het bord kijken.
 
En het gaat nog verder. 'Wil' staat in het ezelsbruggetje voor een eigennaam, want met een hoofdletter geschreven, maar Wil staat ook voor het werkwoord 'willen'. Willen is een vreemd werkwoord, Medebloggers, het is een buitenbeentje. Willen bevindt zich namelijk in de menopauze, een overgangsfase, als het ware. U kunt zich namelijk moeilijk vergissen; beide vervoegingen zijn voorlopig juist:
 
- Gij (je, jij, u) wilt.
- Hij (het) wilt.
 
of (voor de mensen die dat een beetje oubollig vinden)
 
- Je (jij, u) wil.
- Hij wil.
 
'Gij wil' bekt echter niet en is dan ook hartstikke fout. Dat is dan als het ware weer een uitzondering. Dat moet dan wel weer met een t. En dat is dan weer aangeraakt in de laatste zin van het ezelsbruggetje 'Gij zijt een speciaal geval.' Nederlandse mijnheren en mevrouwen kunnen het zich trouwens veroorloven die hele affaire met die 'gij' te vergeten, want benoorden de Belgisch-Nederlandse grens gebruikt men het persoonlijk voornaamwoord gij nooit. Makkelijk zat. Ik ben trouwens van plan die hele gij uit mijn samenvatting te schrappen. Gij zijt uit de tijd.
 
Ik begin mij trouwens af te vragen of u dit allemaal nog wel zit te lezen, Medebloggers, want de lol is er onderwijl wel een beetje af, vindt u dat zelf nu ook niet?
 
En dan hebben we het nog niet gehad over die fameuze inversie uit de derde zin van het ezelsbruggetje. Als het persoonlijk voornaamwoord ná het werkwoord komt, spreken we van inversie. En als dat persoonlijk voornaamwoord dan je of jij is - dus niet gij of u of het! - én bovendien ook nog het onderwerp is van de zin, dan krijgt de stam er geen t bij. Logisch eigenlijk, want u zegt toch ook niet:
 
- Gingt je je te buiten aan drankmisbruik?
- Speelt je soms met je kleine zusje?
- Loopt je achter de feiten aan?
 
Nee, je zegt gewoon:
 
- Ging je je te buiten aan drankmisbruik?
- Speel je soms met je kleine zusje?
- Loop je achter de feiten aan?
 
Laat u echter niet vangen door volgende constructie:
 
- Komt je broertje ook naar het toneel?
 
Hier is niet je het onderwerp van de zin, maar wel je broertje. Vandaar.
 
Zo'n speciaal geval is ook:
 
- Je beeldt je iets in.
 
Hier is die tweede je immers niet het onderwerp van de zin...
 
Inversie, Medebloggers. Onthoud dat woord... INVERSIE...
 
 
III De verleden tijd van de zwakke werkwoorden
 
Eigenlijk zorgt de verleden tijd voor weinig problemen, Medebloggers. We horen gewoon wat we horen te schrijven (ik gebruikte hier twee keer het woord 'horen' in een verschillende betekenis, zag u het? )
 
Het is eigenlijk zo eenvoudig dat ik hier kan volstaan met een droog tabelletje:
 
1e, 2e en 3e persoon enkelvoud
stam + de of te
1e, 2e en 3e persoon meervoud
stam + den of ten
 
De vraag zou natuurlijk kunnen zijn: wanneer gebruiken we de of te. Of den of ten? 't Kofschip inschakelen dan maar? Neen? 't Fokschaap? Ook niet? Welneen! Waarom maken we het ons zo moeilijk? U hoort toch gewoon wat u moet schrijven? Of was u van plan helemaal uit de bol te gaan en te schrijven
 
- Ik werkde
- Ik spitde
 
En toch is er een probleem. De onoplettende speller vergeet soms iets. Als het in de verleden tijd te vervoegen werkwoord baden is, dan is de stam dus baad. Maar als de regel is 'stam + de', dan moet u dus schrijven baadde. Met twee d's dus.
 
Wiskundig gesteld:
stam + ten = verleden tijd
spit + ten = spitten (met twee t's...)
 
 
IV Het voltooid deelwoord van de zwakke werkwoorden
 
Het voltooid deelwoord is het ding dat u krijgt als u wil uitdrukken dat iets helemaal achter de rug is. Dikwijls gebruikt u dan de hulpwerkwoorden hebben of zijn.
 
- Ik heb de auto uitvoerig getest.
- Ik heb gevist.
- Ik ben verbaasd.
- Ik ben gestoord.
 
Als u aarzelt bij de eindletter, zet u het werkwoord gewoon in de verleden tijd. Als u dan een t hoort (=> testte, viste) schrijft u ook een t op 't eind. Als u een d hoort (=> stoorde, tobde) schrijft u een d.
 
Eitje...
 
 
V Werkwoorden die geen werkwoorden zijn
 
Nu gaan we het krijgen! prevelt u ongetwijfeld voor u uit. 'Werkwoorden die geen werkwoorden zijn...' Het ís al niet gemakkelijk en nu begint Happolati nog uit z'n nek te kletsen ook.
 
Ik schets u het probleem. Als u het werkwoord verbranden in de verleden tijd wenst te vervoegen, dan gaat u dus eerst op zoek naar de stam, zijnde: verbrand. Daar plakt u dan de uitgang achteraan:
 
- Hij verbrand + de = Hij verbrandde zich aan de houtkachel.
 
Maar als u enkele ogenblikken later spreekt over z'n 'verbrande handen', dan schrijven we plots verbrande met één d. Hoe kan dat? Wel, verbrande is hier geen werkwoord, maar wel een bijvoeglijk naamwoord, een woord dat iets meer zegt over een zelfstandig naamwoord. En een bijvoeglijk naamwoord hoeft een mens niet te vervoegen, dat schrijf je gewoon zoals het klinkt: verbrande.
 
 
VI De gebiedende wijs ofte imperatief
 
De gebiedende wijs heb ik voor 't laatst bewaard, omdat ik vind dat die echt wel de moeilijkste vervoeging heeft. Met de gebiedende wijs kunnen we een wens of een bevel uitdrukken. U denkt nu natuurlijk: POEPSIMPEL! De gebiedende wijs, dat is gewoon de stam. Zonder t.
 
- Kom naar huis!
 
Vergeet het, Medebloggers. De speciale gevallen van de gebiedende wijs laten zich niet verpakken in enkele zinnen. Als u nu reeds een lichte hoofdpijn voelt opkomen, hoeft u de tekst in onderstaande blokje niet te lezen. Straks, bij de korte inhoud, zal ik dan toch de truc in enkele zinnetjes proberen te vangen.
Het probleem is dat er twee gebiedende wijzen bestaan, een echte imperatief en een valse imperatief. Die valse imperatief, dat is geen echte imperatief, omdat het in dit geval meer om een aansporing, of om een beleefde vraag gaat...
 
Een echte imperatief heeft namelijk geen onderwerp.
 
- Ga naar huis.
 
Er zijn echter ook imperatieven die wél een onderwerp hebben, met name 'jij, jullie of u'. Dat onderwerp komt dan ná het werkwoord. Als dat onderwerp 'jij' is, dan is er niets aan de hand, want volgens de regel van de inversie krijgt het werkwoord dan sowieso geen t.
 
- Kom jij maar eens hier.
 
Maar als het onderwerp 'u' is, dan zitten we met een serieus probleem. Wat dacht u bijvoorbeeld van deze:
 
- Komt u maar eens hier.
- Maakt u zich daar maar geen zorgen in.
- Loopt u maar door.
 
U moet toegeven, u kunt moeilijk zeggen "Maak u zich daar maar geen zorgen in." En zolang u kunt horen wat er aan de hand is, is er ook geen probleem, maar wat met:
 
- Wordt u maar niet wanhopig.
 
Daar hoort u enkel een t...
 
Wanneer u of jij na de werkwoordsvorm komen, spreken we van een valse gebiedende wijs, is er wél een onderwerp, en bij het geval van u krijgt de stam dan wél een t.
 
- Komt u maar eens hier.
 
Jammer genoeg, Medebloggers, zijn die 'u' of die 'jullie' die in een gebiedende wijs voorkomen soms geen onderwerp, maar wel... lijdend voorwerp. Met name als er wederkerige werkwoorden in het spel zijn. Aha! Hoezo? Krijg nou de klere!
 
Wederkerige werkwoorden zijn werkwoorden die een lijdend of meewerkend voorwerp zich kunnen hebben. Zich iets afvragen bijvoorbeeld. Of zich iets voorstellen, zich scheren. En als die zich in de zin niet voorkomt, dan is die u of die jullie zo'n wederkerend voorwerp. En dan is er geen onderwerp. En dan hebben we dus te maken met een échte gebiedende wijs. Zonder t.
 
- Vraag u dat maar eens af.
- Stel u dat maar eens voor.
- Verantwoord u daarvoor
- Meld u.
 
Als die zich wél in de zin voorkomt, blijft het werkwoord gewoon het onderwerp volgen.
 
- Vraagt u zich dat maar eens af.
- Stelt u zich dat maar eens voor.
- Verantwoordt u zich daar voor.
- Meldt u zich.
 
Regel: als u in de imperatieve zin het woordje u in gedachten door uzelf vervangt en de zin klopt nog, dan krijgt de stam in die gebiedende wijs géén t.
 
- Stel u dat eens voor. (=> 'Stel uzelf dat eens voor'... klopt!)
Maar
- Stelt u zich dat eens voor (=> 'Stel uzelf zich dat eens voor'... Klopt niet!)
Ik had u verwittigd: zwaar klote...
 
Uiteraard en tot overmaat van ramp zijn er nog enkele uitdrukkingen die van uit een ver verleden tot ons gekomen zijn en die wij niet meer durven veranderen:
- Neemt en eet, dit is Mijn lichaam.
 
 
VII De werkwoorden ontleend aan het Engels
 
Voor de vervoeging van de werkwoorden die wij hebben gestolen van de Britten verwijs ik naar het Groene Boekje. Dát te moeten uitleggen, Medebloggers, daar is geen beginnen aan. Ja, zo kan het ook.
 
Met bovenstaande, uitvoerige uitleg kunt u natuurlijk niets aanvangen, want ondertussen ziet u door het bos de bomen niet meer. Daarom hierna een poging tot samenvatting.
 
 

De Stam
 
is de verschijningsvorm van het werkwoord in de eerste persoon van de tegenwoordige tijd:
- ik speel
 
De tegenwoordige tijd van de zwakke werkwoorden
 
Ik drink tegenwoordig nooit thee,
Al rest wel, enkel Wil doet niet mee.
Hoe denk jij trouwens over inversie?
 
- ik speel
- jij speelt, maar ook 'jij wil'
- hij speelt, maar ook 'hij wil'
 
 
Inversie
 
Als je of jij ná de werkwoordsvorm komen én onderwerp zijn, kijgt die werkwoordsvormen géén t:
- Word jij?
 
De verleden tijd van de zwakke werkwoorden
 
1e, 2e en 3e persoon enkelvoud
stam + de of te
1e, 2e en 3e persoon meervoud
stam + den of ten
 
Het voltooid deelwoord
 
Zet het werkwoord in de verleden tijd. Als u een t hoort is de laatste letter van het voltooid deelwoord een t. Als u een d hoort, wordt dat een d.
- testen, testte... ik heb getest
- bloggen, blogde... ik heb geblogd
 
Bijvoeglijke naamwoorden
 
Bijvoeglijke naamwoorden zijn geen werkwoorden en volgen dan ook de regels van de vervoeging niet.
- de geteste batterij
 
De gebiedende wijs ofte imperatief
 
In normale omstandigheden heeft de gebiedende wijs géén t als uitgang.
- Kom naar huis!
 
Omwille van nostalgische redenen wordt de t soms toch nog toegevoegd:
- Bezint eer gij begint.
 
Regel 1:
Als u in de imperatieve zin het woordje u in gedachten vervangt door uzelf en de zin klopt nog, dan krijgt de stam in de gebiedende wijs géén t. Als de zin niet meer klopt: wél een t.
- Wend u tot de conciërge.
   (Wend uzelf tot de conciërge klopt.)
- Wendt u zich tot de conciërge.
   (Wend uzelf zich tot de conciërge klopt niet.)
 
Of... Regel 2:
Als de woorden u en zich beiden in de zin voorkomen: wél een t.
- Wast u zich vooral niet met deze zeep.
 

 
Medebloggers,
 
Het gevaar is niet denkbeeldig dat de tekst in de loop der decennia en naarmate de reacties binnenkomen nog wordt gecorrigeerd en verfijnd. Deze weblogpagina moet de referentie worden voor iedereen, groot of klein, jong of oud, autochtoon of allochtoon, die de dt-spelling onder de knie wil krijgen. *kuch*
 
Wat denkt u, Medebloggers? Zit hier een bescheiden boekje in? Een brochure ten behoeve van het basisonderwijs, zeg maar? Moet ik een uitgever aanspreken? Of is het weer te ingewikkeld uitgelegd en kunt u het beter? En áls ik ermede naar een uitgever stap, welke geldelijke vergoeding moet er dan tegenover mijn nobele inspanning staan? Wat zijn de gangbare gages in het uitgeversmilieu? Ik heb tenslotte ook twee vrouwen en een poes de bek open te houden.
 
Ik zie uw reacties met graagte tegemoet en groet u middelerwijl, Medebloggers,
 
op hartverscheurende wijze, werkwoorden + dummies + dt-spelling + vervoeging
 
Drs. Johan Arendt (met dt) Happolati
hoogleraar Vaderlandse Taalkunde en dt-ologie
 

 
05/04/2010 - update:
 
Vrouwe Fran schrijft in een reactie
 
Heer drs,
 
Met spellen heb ik enige moeite, en ik maak regelmatig fouten, maar sinds ik overal het werkwoord lopen van maak... i.p.v. het genoemde werkwoord, gaat het een stuk beter.
 
Let op:
 
- ik word niet goed --> ik loop niet goed (zonder t)
- zij vindt een kwartje --> zij loopt een kwartje (met t)
 
En dan gaat het nog steeds regelmatig fout.
Maar zoals mijn juf op school al zei: "Het is niet erg om fouten te maken; van vouten kun je leren!"
 
Lieve groet van uw Fran.
 

 
Medebloggers,
 
Deze update is niet zomaar de vermelding van een grappig bedoelde reactie van Vrouwe Fran. Het systeem werkt ook werkelijk en wordt ook in de Belgische scholen voor ernstig genomen en onderwezen. Men werkt zogenaamd 'naar analogie'; men neemt dus werkwoorden als voorbeeld waar het probleem van de 't' wél hoorbaar is.
 
Doe er uw voordeel mee.
Lees meer...   (41 reacties)
Klik voor meer over Taal is zeg maar echt mijn ding     Klik voor meer Paulien
 
 
Medebloggers,
 
Onlangs hoorde ik het woord 'kraanwater' vermelden. Het schijnt dat Nederlanders dit woord gebruiken voor het benoemen van... kraantjeswater. Maar hé, kraanwater, wat is dat eigenlijk voor merkwaardig woord? Een kraan, dat is toch zo'n ding waar je rete-killer-zware objecten mede optilt? Of ook flink de aarde mede omwoelt. Ja! Dat kan ook. Uit zo'n hijswerktuig, daar komt toch geen water uit? Nee, kraanwater, dat lijkt nergens op, dat is vast niet lekker. En het klinkt ook zo zwaar, vind je dat niet? KRAANwater. Hartstikke KRAANwater. Nee, fris is anders.
 
Om nog maar te zwijgen van 'leidingwater', dát is pas écht vies. Bah! Een leiding roept bij mij allerlei onsympathieke beelden op. Daar stroomt dus vanalles doorheen wat vies is en drab en jakkes. En daar komt dan dus dat water uit dat wij zouden moeten drinken? Ik mag er niet aan denken. Bovendien maak ik me sterk dat er in leidingen allerlei vieze van die langwerpige, glibberige beesten zitten. Niet? Jawel toch!?!
 
Nee, dan nog liever het Vlaamse 'kraantjeswater'. Ach, zo'n kraantje , wat een schatting dingetje is dat nou niet!?! Dat vraagt gewoon om geaaid en geknuffeld en, ja... opengedraaid te worden. Lekker.
 
Dit alles eigenlijk ter inleiding en om u lekker te maken voor het boek van Mevrouw Paulien Cornelisse, Taal is zeg maar echt mijn ding (*). Zij schrijft stukjes over merkwaardig taalgebruik, waar wij met z'n allen overheen lezen en dus niet lang genoeg blijven bij stilstaan.
 
Ter illustratie de beginregels uit het voorwoord van haar boek. Ik hoop dat Mevrouw Cornelisse het mij niet kwalijk neemt dat ik haar zorgvuldig gekozen zinnen hier zomaar gratis ter beschikking stel.
 

 
Mensen denken dat taal is uitgevonden om elkaar beter te begrijpen. De redenering gaat als volgt: in de oertijd konden we nog niet praten. Dat was lastig, want als je iets duidelijk wilde maken, bijvoorbeeld: 'Geef me die speer eens aan,' dan moest je dat doen met wilde handgebaren, onder het uitstoten van woeste klanken. (Bekijk een kind van anderhalf jaar dat nog net niet kan praten maar wel op zijn wenken bediend wil worden en je weet hoe frustrerend dat is.)
Dus gingen mensen praten:
'Hé, zie ik daar een mammoet? Verdomd als het niet waar is.'
'Ja, je hebt gelijk. Weet je wat ik doe? Ik pak even een speer, en ik hol erachteraan.'
'Is goed!'
'Doe-doei.'
 

 
Zeg nu zelf: na die eerste regels leg je zo'n boek toch niet zomaar aan de kant?!? Je zou wel gek wezen. Het boek is natuurlijk ook te koop in de Vlaamse boekhandel (hint, hint!).
 
Zo, ik heb mijn best gedaan. De rest van de dag zult u zelf zinvol moeten zien in te vullen.
 
Overigens ben ik van oordeel dat de vinder van DAT BOEK zich nu maar eens kenbaar moet maken.
 
Drs. Johan Arendt Happolati
makelaar in flauwekul
 
(*) Taal is zeg maar echt mijn ding - 2009 - Uitgeverij Contact - Amsterdam/Antwerpen - ISBN 978 90 254 30498 - D/2009/0108/920 - NUR 320.
Update, vrijdag, 7 mei 2010.
Naar analogie met DIT BOEK werd ook het paperbackje van Paulien Cornelisse op de wereld losgelaten.
Spoorwegstation Brugge, spoor 6.
Lees meer...   (44 reacties)
 
PIETER BREUGHEL
Spreekwoorden: "Zijne frang is gevallen."
 
Medebloggers,
 
Vandaag gaan wij het hebben over het spreekwoord "Zijne frang is gevallen." Of voor de Nederlandse medemens: "Hij heeft het plots begrepen", hij heeft het licht gezien...
 
En ik had nog zó beloofd het hier op dit blog NIET over politiek te hebben, maar ik heb het inderdaad helemaal niet over politiek, neen, ik heb het over spreekwoorden.
 
Toch?
 
Lees meer...   (24 reacties)
 
MANNETJE OF VROUWTJE
 
 
Medebloggers,
(West-Vlamingen vooral),
 
Ik heb U vroeger al eens een trucje aangereikt om aan de weet te komen of een woord met gestipte ij, dan wel met ei moest geschreven worden. Klik trouwens HIER.
 
Vandaag leren we hoe we kunnen weten of een woord mannelijk, dan wel vrouwelijk is.
 
Als een West-Vlaming 'nen' of 'ne' (het onbepaald lidwoord 'een') voor het zelfstandig naamwoord kan plaatsen, dan is het mannelijk. Indien enkel het onbepaald lidwoord 'e' goed bekt, dan is het vrouwelijk... Vreemd, hé?
 
Ik geef enkele voorbeelden.
 
- Nen boer (= mannelijk). Tussen haakjes 'e boer', bekt ook goed.
- E boerinne (= vrouwelijk) Nen boerinne bekt totaal niet. Hier kan dus enkel het onbepaald lidwoord 'e' gebruikt worden en is het zelfstandig naamwoord dat volgt bijgevolg vrouwelijk.
 
- e kerke (een kerk = vrouwelijk; nen kerke bekt niet)
- e schooljuffrouw (= vrouwelijk; nen schooljuffrouw bekt niet)
- e katte (= een kat = vrouwelijk; nen katte bekt niet)
 
Maar:
 
- nen schoolmeester (mannelijk)
- nen computer (mannelijk)
- nen koptellefong (= een hoofdtelefoon = mannelijk)
 
Tenzij U natuurlijk mijn stelling (= vrouwelijk) om een of andere gefundeerde reden onderuit haalt.
 
(Nu gaan we 't krijgen!)
 
Met vriendelijke groeten,
 
Drs. Johan Arendt Happolati
stagiair taalvorser
Lees meer...   (6 reacties)
 
LETTERS EN... NOTEN
 
 
Medebloggers,
 
Allez gow ton! (= Brugs voor 'Vooruit dan maar!')
 
Uit de reacties op mijn vorige logje - die ik trouwens tot mijn eeuwige schande niet heb beantwoord - proef ik dat ik weliswaar tijd mag besteden aan mijn nieuwe hobby, maar desalniettemin mijn normale blogwerkzaamheden niet mag verwaarlozen.
 
Dus, daar gaan we weer.
 
Medebloggers,
 
Wij hebben op school allemaal lettertjes leren tekenen. Ik zeg wel 'tekenen'. En de meester leerde ons ook dat, als je enkele lettertjes aan elkaar plakt, dat je dan een woordje krijgt. Wat zeg je? Weten jullie dat niet meer? 'Aap, Noot, Mies...' en meer van die kloten... Weten jullie dat niet meer? Jawel toch?!? En herinner je je niet meer dat als je enkele woordjes na elkaar rangschikte, dat je dan plots iets zinnigs geschreven had? Zo van: 'De kat zit in de tuin.' Ja, ik weet het wel, erg wereldschokkend was zo'n zin niet, maar het was een begin. Toch?
 
Ik weet na al die jaren nog altijd niet of goed kunnen schrijven nu een kwestie is van talent, dan wel van oefening en/of discipline. Kijk eens, er was eens een meheer en die had besloten dat zijn pasgeboren dochter schaakgrootmeesteres zou worden. Van in haar prille jeugd moest dat meisje dus schaken, schaken en nog eens schaken. Tot haar onderlip ervan beefde, als het ware. En het is gelukt. Eenmaal volwassen zijnde, verpletterde zij op het schaakbord de sterkste mannelijke tegenspelers en werd zij schaakgrootmeester. Ik weet niet meer hoe zij heette; zoek het maar eventjes voor mij op.
 
Ik geloof in het stimuleren van zenuwbanen. Kim Clijsters was een groot tennisster. Hoe is dat zo gekomen? Wel, van in den beginne oefende zij steeds maar weer dezelfde bewegingen, tot zij niet meer moest nadenken over waar zij eigenlijk mee bezig was: het gebeurde gewoon. Die zenuwbanen waren in de loop der jaren zo verschrikkelijk dik geworden, dat de doorstroming van informatie en feedback gewoonweg perfect en probleemloos verliep. Uit welke richting en met welke snelheid komt het balletje op mij af? Hoe moet ik mij positioneren om dat balletje terug te slaan? Geef de bevelen aan de spieren om deze positie in te nemen. Beweeg de rechterarm naar achteren en raak de bal met de racket van onderen naar boven (topspin) enz. Telkens weer opnieuw. Telkens maar weer opnieuw. Tot die beweging als het ware ingebakken zat in haar lichaam.
 
Ik geloof echter ook in informatie die door je voorvaderen in je genen wordt doorgegeven en ingeplant. Zo had ikzelve twee ooms die goed konden schrijven. Nu ga ik hier niet beweren dat ik zo goed kan schrijven dat ik er mijn brood mee kan verdienen, Medebloggers, maar taal heeft mij wel altijd gefascineerd, alhoewel ik er van thuis uit helemaal  niet toe gestimuleerd werd. Ja, ik ben geboren in een cultureel vacuüm. Hoe kan zoiets? Ik heb blijkbaar van mijn voorvaderen in mijn hersenen een grote harde 'taalschijf' meegekregen. Letters, woorden, zinnen, uitdrukkingen... ik sloeg alles maar op, want er was toch plaats genoeg. Dat bedoel ik. Zo eenvoudig is het misschien.
 
Maar als je een grote, harde schijf voor taal meekrijgt, dan is er misschien in je harsens weer minder plaats voor andere schijven... voor techniek bijvoorbeeld... voor wiskunde... of voor hoe je met kennis van zaken een gat in de muur moet boren... Dat kan bijna niet anders, want de ruimte in je harsens is beperkt. Toch? 
 
Voor wiskunde had ik dus dan weer een kleiner schijfje meegekregen. Denk ik... Want de Euclidische meetkunde fascineerde mij dan om een of andere reden wél weer. Nu ja, je blijft tobben; een mens moet toch iets doen om de dag door te komen, niet?
 
Ik kan mij ook voorstellen dat bepaalde (vrouwelijke?) Medebloggers denken dat zij van hun voorvaderen een grote, harde 'mededogenschijf' hebben meegekregen. Kan ook. Zo'n harde mededogenschijf lijkt mij trouwens de oplossing voor alle wereldproblemen, doch dit uiteraard geheel terzijde.
 
Ach, wat zit ik hier nou eigenlijk de menselijk geest te doorgronden? Daar heb ik toch immers helemaal geen verstand van!?! Laat ik me nou maar beperken tot iets waar ik misschien wel verstand van heb: chaotische gedachtesprongen maken.
 
Letters en noten, Medebloggers, dat is eigenlijk hetzelfde. Wat ik bedoel is het volgende: wij hebben van de meester dus letters leren tekenen, en letters aan elkaar leren breien tot woorden, en woorden aan elkaar plakken tot zinnen 
 
Wij kunnen na een maandje oefenen misschien wel een noot uit een gitaar krijgen, en misschien - heel misschien - krijgen we uit diezelfde gitaar ook wel een bescheiden melodietje... als we lang genoeg blijven klooien. Maar die woordkunstenaar die letters aan elkaar plakt tot woorden, en woorden tot zinnen, en alinea's tot hoofdstukken en hoofdstukken tot boeken, die heeft van zijn voorouders niet alleen een grote, harde taalschijf meegekregen, maar ook nog eens flink zijn best gedaan om flink door te studeren in de materie.
 
Luister eens naar Dhr. Mark Knopfler. Hij plakt noten achter elkaar tot hij een riedeltje heeft, maar hij doet dit zo virtuoos dat een mens wel moet veronderstellen dat hij er al een heel leven mee bezig is geweest. Flink doorstuderen in de materie, een heel leven lang, dat is misschien wel het hele eiereneten. Én van je grootvader - een talent slaat soms een generatie over - een grote muziekschijf meekrijgen.
 
En ja, ik kan mezelf wel voor de bek slaan! Had ik me nou maar van jongs af aan geconcentreerd op het rangschikken van woorden in een zin, dan zat ik nu misschien in een of ander praatprogramma op onze nationale zender een eind weegs voor mij uit te lullen en vielen de vrouwen in katzwijm, enkel en alleen maar omdat ik hen even aankeek. En als ik bij de slager in de wachtrij stond, dachten de andere klanten misschien wel: kijk, daar is die mijnheer Happolati die een boek geschreven heeft... die kan iets wat wij niet kunnen.
 
Nu kan ik helemaal niets wat andere mensen ook niet kunnen.
 
A child of a lesser god, dat ben ik als het ware.
 
Dus... wat hebben we vandaag geleerd? Mark Knopfler! U moet er straks maar eens op letten; eigenlijk speelt hij één nootje tegelijk. Ja, warratje, hij speelt eigenlijk één noot tegelijk. Dat hebben wij indertijd ook geleerd: één woordje tegelijk schrijven. En waarom zijn wij dan geen woordkunstenaar geworden?
 
Misschien wel omdat we zijn afgeleid door het leven. We hebben een vrouw leren kennen, we hebben kinderen gekregen en moesten Pampers gaan kopen terwijl de vrouw gaan werken was. Pampers verversen, boodschappen doen, geld verdienen, zekerheid. Zukke dingen.
 
Gemiste kansen en niet verzilverde talenten: het verhaal van veel mensen op deze aardkloot.
  
En laat mij eens weten of ik er in geslaagd ben U mee te zuigen in deze tekst. Want misschien heb ik tóch wel talent.
 
En ik blijf het herhalen: hij speelt echt wel één nootje tegelijk. Het komt er maar op aan hoe snel je diverse noten gespeeld kunt krijgen. Zenuwbanen stimuleren. Blijven oefenen tot je onderlip ervan beeft.
 
Nu, om een lang verhaal kort te maken: ik sta in bewondering voor mensen die zich - uit berekening of uit gekkigheid - in hun leven op één enkele discipline hebben toegelegd en dan ook erg goed in hun vak geworden zijn.
 
Denk er maar eens over na.
 
Mark Knopfler
Telegraph road
 
 
Lees meer...   (20 reacties)
Les Belles Soeurs - auteur: Michel Tremblay
 
Het Bloed kruipt waar het niet gaan kan.
 
(Wat iemand graag wil of wat goed bij iemand past,
 zal die persoon inderdaad ooit gaan doen.)
 
 
Medebloggers,
 
Ik schreef hier ooit dat het bergaf gaat met het gebruik van het correcte Nederlands op onze Vlaamse televisiezenders. Ik schreef dit trouwens HIER, maar klikt U daar maar niet op, want een mens kan wel blijven doorklikken en voor U het weet is de dag om en blijft de vaatwasmachine ongeleegd en tolt de kat om van de honger. Nochtans ware het leerzaam de reactie van Vrouwe Sanderijn op dit logje er eens op na te lezen.
 
Ik vrees dat de tekenen van een onheilspellend fenomeen nu overduidelijk geworden zijn: het Nederlands en het Vlaams zijn uit elkaar aan het groeien. In de jaren zestig en zeventig werden hier in Vlaanderen verwoede pogingen gedaan om het A.B.N. (Algemeen Beschaafd Nederlands) ingang te doen vinden; vergeefse moeite, blijkt nu. Verspilling van energie: het lukt niet.
 
Vrijdag zag ik de Nederlandse stand-upcomedian Ronald Goedemondt aan het werk. Ik begreep perfect waar de man het over had, maar mijn vrouw en echtgenote snapte er geen fluitje van. Ik weet hoe dat komt. Ik ben 'meegegroeid' met het Nederlands dat onze noorderburen spreken; ik heb dat op de Nederlandse verrekijk sinds de jaren zestig gevolgd en weten evolueren. Mijn vrouw is niet zo op Nederland gericht: zij heeft afgehaakt. Ik hou van Nederlandse uitdrukkingen, als daar zijn 'Wat heb ik nou aan m'n fiets hangen?' en 'verhapstukken' en 'Ben ik nou helemaal een haartje betoeterd...'
 
De inspiratie voor dit logje kwam tijdens het lezen van het toneelkrantje van het Zwevegems Teater (Teater hier zonder 'h' omwille van nostalgische redenen). Men is er van plan het stuk 'Les Belles Soeurs' van Michel Tremblay op te voeren. In het Nederlands of in het West-Vlaams heet dat dan 'De Schoonzusters' of - binnenkort in Zwevegem - Plakmadammen'. En de Plakmadammen zullen elkaar te woord staan in het schone West-Vlaamse dialect. In dat krantje verdedigt de regisseur zijn keuze en hij schrijft er onder andere:
 
En bovendien... Elders in de literaire en culturele wereld maakt men zich daar niet zo druk over. Tennessee Williams bijvoorbeeld, toch één van de groten uit het wereldtheater, hanteert in al zijn werken het sterk dialectisch gekleurd Southern American English van de swamps, de Mississippi delta, van de bayou, waarin de verzengende hitte weerklinkt in de lijzige zangerigheid van de kat op een heet zinken dak. Geen Engelse of Amerikaanse Kat die zich daar zorgen over maakt. Integendeel. Laat die broeierige personages van Carson McCullers en Eugene O'Neill Bostonion of Oxford English spreken en geen kat die er een woord van gelooft. Met Steinbeck of Faulkner is het idem dito. So what? Waarom kunnen wij dat dialect dat ons zo typeert niet in een soort metataal verheffen tot een literaire taal, naast het Algemeen Nederlands zonder daar een kramp van te krijgen?
  
De laatste tijd worden hier in Vlaanderen spectaculaire miniseries gemaakt. 'De Smaak van De Keyser' (*) en 'Van Vlees en Bloed', bijvoorbeeld. Welnu, men hanteert daarin schaamteloos het dialect. En dat wordt in Vlaanderen stilaan algemeen aanvaard. Onze kinderen weten trouwens van niet beter. Blijkbaar bekt het Algemeen Nederlands zoals dat in Nederland gesproken wordt hier niet zo goed: het klinkt onnatuurlijk en geforceerd. Vlaamse series zullen dus in Nederland ondertiteld moeten worden.
 
Ik denk dat wij ons stilaan bij deze evolutie zullen moeten neerleggen.
 
Als we geluk hebben, blijft onze geschreven taal echter nog altijd dezelfde. Binnenkort zullen Vlamingen en Hollanders, wanneer zij bij elkaar op bezoek komen, dus moeten communiceren middels inderhaast neergekrabbelde briefjes. Jammer, want we hebben al zo'n klein taalgebied, maar het is nu eenmaal niet anders.
 
Dat onze gesproken talen uit elkaar groeien, dat wil ik nog wel aanvaarden, maar ik zal er mij nooit kunnen bij neerleggen dat wij binnenkort een verschillende schrijftaal zullen hanteren. Eén Groen Boekje is m.i. (mijns inziens) al genoeg.
 
Hanteren Vlamingen en Nederlanders binnenkort verschillende spellingsregels? Verschilt de Nederlandse vocabulaire binnenkort helemaal van de Vlaamse?
 
OVER MIJN DOOD LIJK !!!
 
Met vriendelijke groeten,
 
Drs. Johan Arendt Happolati
 
(*) 'De Smaak van De Keyser' kreeg in Biarritz de prijs voor beste serie en beste muziek. Marieke Dilles, de jonge Helena De Keyser, kreeg de prijs als beste actrice. Het is de allereerste keer dat een Belgische televisieserie drie belangrijke FIPA's d'Ors krijgt.
 
 
Lees meer...   (19 reacties)

 
Medebloggers,
 
Vroeger werden tennisballen blijkbaar nog met de hand gemaakt; U houdt het niet voor mogelijk.
 
(Dit ter inleiding.)
 
De dame links op de foto is mijn overgroottante (of hoe heten die dingen?) Hortense Von Ackerbrücken die, nadat ze weer eens door de baas van de tennisballenmaaksters de huid was volgescholden, een halfafgewerkte tennisbal naar zijn hoofd keilde en riep: "Hier zie! En ge weet waar ge in het vervolg uw tennisballen kunt steken!!!", vervolgens haar gat in haar handen nam en met slaande deuren vertrok. Taai volk, die Von Ackerbrückens, geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken.
 
Haar broer heette trouwens ook Von Ackerbrücken, maar dat had U waarschijnlijk zélf ook wel kunnen becijferen...
 
Haar broer dus,
  
 
(De kleine Karolus wist blijkbaar reeds op jeugdige leeftijd
wat zijn lotsbestemming was)
 
was tewerkgesteld in een ondergrondse mijn. Ja, 't is al goed, Medebloggers, ik weet het wel, mijnen zijn meestal ondergronds, maar U moet niet zo zitten vitten. Ik doe ook maar mijn best.
 
Waar waren we gebleven? O ja! Haar broer dus, de ouwe Karolus Von Ackerbrücken, was ook al zo'n kruidje-roer-me-niet. Aan het begin van de Groote Oorlog ('14 -'18) gevraagd wat of hij van de Duitsers vond, antwoordde hij zonder verpinken: "Allemaal doodmaken! En wel liefst zo snel mogelijk."
 
Laat er geen twijfel over bestaan dat de tegenwoordig levende Duitsers meestal niets met die Groote Oorlog te maken hebben gehad en dus waarschijnlijk brave en godvrezende mensen zijn die in weinig of niets van ons verschillen.
 
Nee, waar het in dit logje eigenlijk over gaat, is het volgende, Medebloggers, ik schreef hierboven ergens:
 
(Dit ter inleiding.)
 
De vraag is nu: hoe zit dat met dat puntje op het einde van deze zin? Hoort dat daar? Of moet het zijn:
 
(Dit ter inleiding).
 
Zonder puntje voor de haakjes dus. Maar wel ná de haakjes. Ik worstel namelijk altijd met wat ik noem 'het fenomeen van de botsing der leestekens'. Mogen leestekens op elkaar gestapeld worden? Mogen haakjes en punten en vraagtekens en komma's elkaar voor de voeten lopen? Wat denkt Ú?
 
Let trouwens ook eens op volgende zin:
 
"Hier zie! Ge weet waar ge in het vervolg uw tennisballen kunt steken!!!", vervolgens..."
 
Let eens op die !!!",
 
Is dit niet wat overdreven? Qua leestekens dan, bedoel ik.
 
Conclusie: we moeten met z'n allen dringend eens een 'workshop leestekens' gaan volgen, want het lijkt vanzelfsprekend en een bijkomstigheid, maar eenvoudig is het allemaal niet.
 
Dat ge bedankt zijt om dit hier allemaal te lezen, dat is een feit dat zeker is.
 
Was getekend,
 
Drs. Johan Arendt Happolati
Lees meer...   (41 reacties)

 
Medebloggers,
 
Mijn moedertje zaliger gebruikte allerlei vreemdsoortige uitdrukkingen in ons schone, West-Vlaamse dialect, uitdrukkingen die binnenkort zullen vergeten worden. Ik geef U hier zo'n exemplaar ter overweging mee. Weest U vooral niet bang om te grinikken, het was immers haar bedoeling dat ze grappig zouden overkomen.
 
Komt ie...
 
"Je bast liek nen ond."
 
 
Probeer maar eens te achterhalen wat zij daarmee bedoelde. Ik ben er vrijwel zeker van dat er ook West-Vlamingen zullen zijn die eventjes in hun haar zullen krabben.
 
En voor de mensen die geen boodschap hebben aan 'Je bast liek nen ond.' pleur ik hieronder een plaatje dat mijn dochter mij doormailde. (Ja nee, wij spreken hier niet meer tegen elkaar; ten huize Happolati verloopt de communicatie via het internet...)
 
Het komt er dus op aan uw poes (of die van de buren, maakt niet uit) zorgvuldig te observeren, om aan de hand van de stand van haar staart aan de weet te komen hoe of zij zich voelt.
 
 
 
 
(Voor elck wat wils...)
Lees meer...   (47 reacties)
Medebloggers,
 
Toen ik 17 jaar was, zat ik in 'de tweedes' van de middelbare school (SFX-instituut - economische afdeling). Ik kreeg les van mijn oom. Hij probeerde ons allerlei gedichten in de maag te splitsen, als daar zijn...
 
 
Mei
Herman Gorter
 (De aanhef)

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:

Ik wil dat dit lied klinkt als een gefluit,

Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht

In een oud stadje, langs de watergracht-

In huis was 't donker, maar de stille straat

Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat

Nog licht, er viel een gouden blanke schijn

Over de gevels in mijn raamkozijn.

Dan blies een jongen als een orgelpijp,

De klanken schudden in de lucht zoo rijp

Als jonge kersen, wen een lentewind

In 't boschje opgaat en zijn reis begint.

Hij dwaald' over de bruggen, op den wal

Van 't water, langzaam gaande, overal

Als 'n jonge vogel fluitend, onbewust

Van eigen blijheid om de avondrust.

En menig moe man, die zijn avondmaal

Nam, luisterde, als naar een oud verhaal,

Glimlachend, en een hand die 't venster sloot,

Talmde een pooze wijl de jongen floot.

 
Zóó wil ik dat dit lied klinkt...
 
 
Maar wij waren daar nog niet rijp voor. 17 jaar... Wij waren broekjes. Poëzie was eigenlijk nog niet aan ons besteed. Hij zag dat ook aan onze reacties en, moedeloos geworden door zoveel lauwheid van onzentwege, vroeg hij ons eens: "Maar waar houden jullie dan wel van? Ritme en metrum zijn toch fascinaties die gebakken zitten in elk mens? Beperken jullie je dan enkel tot de muziek om dit verlangen naar ritme en metrum te bevredigen?"
 
Ik snapte niet eens wat hij bedoelde.
 
Enkele jaren later snapte ik het wel.
 
En nu nog...
.
Lees meer...   (11 reacties)
 
Geen minderwaardigheidscomplex a.u.b.
 
 
Gevonden in de Engelse Wikipedia:
 
The Dutch vocabulary is one of the richest in the world and comprises at least 186,000 headwords.
 
Voor het volledige artikel: duw maar op het knopje...   Het zinnetje staat onder het hoofdstuk 'Vocabulary'.
Lees meer...   (43 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl