Drs. Johan Arendt Happolati
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
Beginselverklaring:
 Eindelijk schrijf ik je weer, omdat er grote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke. (Openingszin uit de roman 'Kaas' van Willem Elsschot, 1933)
 
stijlvol
met liefde voor de taal
grappig
voor elck wat wils
plagen mag, judassen niet
 geen gedonderjaag met andermans lief
QUALITY PRODUCT
 
MADE IN
BRUGGE
FLANDERS
 

Medebloggers:
 
(NL) Aargh
(S)   Baasbraal
(NL) Babbel
(NL) Dawolf
(NL) Djust
(NL) Eefs log
(NL) Fredzijn U 19.02.09
(NL) Givamo
(B)   Ils
(B)   Irimi
(B)   Ivo Victoria
(NL) Jenni 
(B)   Junegirl
(NL) Margot
(NL) Miss Punt 
(NL) Muisgrijs U 04.01.08
(NL) Soyrosa
(B)   Tante Annie
(NL) T!EN
(B)   Weegbreker
(B)   Wizzewasjes
 
 
Over ons Nederlands:
 
 
(*)       Aanraders
  Nú lezen! Allen daarheen!
  (Nieuw, dus...)
Na de poëzie,
 
het proza...
 
 
Magdalena Aspeslagh (1870 - 1946)
 
De dingen des levens.
 
 
Magdalena Aspeslagh werd geboren op 13 mei 1870. Ze was het achtste kind van godvrezende boeren die in het West-Vlaamse Lichtervelde koeien en zwijnen en granen kweekten. Vier broers en drie zusters had haar moeder reeds ter wereld gebracht en nog zocht vader elke nacht weer toenadering.
 
Madeleintje was een tengere boreling. Moeder Dorine hield haar hart vast als het kleine meisje aan haar borst lag, ternauwernood zuigend, ternauwernood drinkend. En mager, maar máger dat dat kind was! Niet zelden dacht Dorine dat Madeleintje aan haar borst zou in slaap vallen en dan maar gewoon zachtjes zou uitdoven.
 
Madeleintje overleefde echter. Stil, broos en kwetsbaar opende zij elke dag 's morgens weer haar oogjes en zette zij zich aan 't leven. En zo werd ze toch twee jaar. En drie jaar. En vier jaar. En gaandeweg vond zij haar weg in het druistige (onstuimige) leven op de boerderij. Ondertussen was ze zelfs al niet meer de kleinste van de bende, want vaders levenslust had ervoor gezorgd dat er ondertussen nog twee zusjes waren geboren. En zij werd vijf jaar. En zes jaar. En nog een broertje. "Vader toch, hoe gaan wij die kinders allemaal te eten geven?" "Zwijgt, vrouwe, de oogst is van de jare weer goed gelukt; kom laat mij u nog ne keer gaarne zien."
 
Van koeien en paarden en zwijnen en van al die andere grote beesten op de boerderij hield Madeleintje niet. Zij hield zich liever bezig met de kleinere dieren: de kippen, de poezen, de hond, haar twee kleine zusjes en haar broertje. Moeder Dorine wist op den duur wel dat zij al die schepsels aan Magdalena kon toevertrouwen.
 
's Morgens was Madeleintjes eerste werk het voederen van al dat bedrijvig, klein volk. Als zij op het erf stapte, kwam de haan en al zijn kippen rond haar benen draaien en het was een lust voor het oog om te zien hoe zij de mais kwistig rondstrooide en hoe al dat pluimvee pikte en pikte en pikte. Madeleintje had al haar beesten een naam gegeven en soms pakte ze er lukraak een uit om aan haar borst te drukken en dan was zo'n kip zó stil, zó overdonderd... Het was een grote eer om te worden opgepakt door Madeleintje. Met de twee poezen en met de hond Lampe had Dorien een speciale band: die hadden heel de godganse dag toch niks anders te doen en zij volgden haar dan ook als haar schaduw; de katten tot aan de rand van het erf en de hond zelfs tot in het dorp, naar de bakker, als zij eieren ging verkopen op de zaterdagmarkt, als zij gewoon naar de schoenmaker ging om opgelapte schoenen of kloefen (klompen) te gaan ophalen, altijd was zij vergezeld van haar hond Lampe. Een keer was Dorientje aangesproken door Wannes De Kezel met zijn vieze en gescheurde lompen om zijn lichaam en toen was Lampe de arme man zowaar aangevlogen en had in zijn hand gebeten. Toen Wannes daarop zijn beklag kwam doen op het erf, kreeg hij te maken met de boer die hem nu te lijf ging met een riek en hem toebeet dat "Als ge nog ene keer in de omgeving van ons Magdalenaatje durft komen, dan krijgt ge niet alleen te maken met den hond!"
 
En Madeleine ging naar school. En zij was wel klein en kwetsbaar, maar geen één die haar durfde aan te raken, want altijd beschermde die dreiging van die vier verschrikkelijke, oudere broers haar. Had men haar één haar durven krenken, Lichtervelde zou te klein zijn geweest. En zij was wel ... onbelangrijk ... maar zij was toch ook lief en daardoor graag gezien van elkendeen.
 
En zo werd zij dertien jaar.
 
Slechts de hond Lampe vergezelde haar nog op haar tochten door het dorp; de ene kat was stilletjes uitgedoofd en de andere was op zekere dag gewoon verdwenen.
  
En zo werd zij zestien jaar.
 
Madeleintje bleef een magere spriete: vel over been, kleine borstjes, niet bepaald zandloperachtig. En toch ... en toch ... Zou het dan toch waar zijn, dat op ieder potje een dekseltje past? Zo was er een boerenzoon die vanuit een naburig dorp toevallig naar de mis kwam om een overledene te eren en haar opmerkte. En Madeleintje bemerkte zijn nieuwsgierige blikken en eigenlijk waren zij haar welgevallig.
 
En zo werd zij zeventien jaar. Die jongeman spookte nog altijd door haar hoofd. En zij spookte ook door zijn hoofd, want zekere zaterdag verscheen hij opnieuw in het dorp, zogezegd om klompen te kopen en toevallig liep hij Madeleine met haar hond tegen het lijf. En van het een kwam het ander: zij begonnen aan elkaar te schrijven. Hij, met een hoekig, lelijk handschrift en zij, met het puntje van haar tong tussen haar lippen: "Beste Jooris ik schrijf je weer eens omdat onze hond Lampe vandaag achter een keun (konijn) heeft gezeten en in de achtervolging zich zeer heeft gedaan aan een stekkerdraad (prikkeldraad)." En hun brieven werden steeds vertrouwelijker en Madeleine achttien jaar.
 
De boer en de boerin zagen dit alles met ongeloof en schrik aan: hun Madeleintje in kennis met een brute boerenzoon. Zij hielden hun hart vast. Maar aan de andere kant begonnen zij te beseffen dat Magdalena het tot nu toe eigenlijk tamelijk goed had gedaan en dat zij misschien toch nog haar draai in het leven zou vinden en uiteindelijk ook 'van de straat geraken'.
 
Maar Magdalena twijfelde. Zij getrouwd? En wat ge dan allemaal moet doen met een man? En aan de andere kant ... voelde zij soms niet een vreemde warmte door haar lijf stromen, als zij weer eens brief van haar ... lief ... ontving.
 
De vrijage werd ernstig. Joris kwam steeds vaker de zondag op bezoek en samen maakten Magdalena en hij dan lange wandelingen door de velden en langs de boerenerven.
 
Maar trouwen? Madeleine huiverde bij de gedachte. Zij voelde zich zo klein, zo onbelangrijk. En zouden er dan kinderen van komen? En hoe doet ge dat allemaal? En zou zij haar Joris wel waard zijn? Zou zij hem aan haar kunnen binden?
 
Ze trouwden toch en zij ervoer voor het eerst het geweld van een man. Toen hij haar de eerste keer beetpakte 'voor echt' kon zij geen kant meer op. Pijn en verwarring. Maar ook, een vreemde verrukking. Zou dit nu wellust zijn? Een naakt mannenlichaam. Voor het eerst. Dat mogen bepotelen. En die gretigheid in zijn ogen. Had zij dit veroorzaakt? Gaandeweg bleef de pijn achterwege; de wellust bleef, neen, nam toe.
 
Zij voelde zich voor het eerst in haar leven vrouw. Haar zelfvertrouwen groeide. Zij, die nooit een groot gedacht van zichzelf had gehad, besefte nu dat zij er in slaagde een man in vervoering te brengen. En zij genoot zelf met volle teugen van deze nieuw ontdekte roes. Het leven op de boerderij kon zij wel aan: zij had zelf nooit anders gezien bij haar ouders. En haar tenger lichaam bleek taai te zijn. Ook op het gebied van de liefde. Soms, over de noen, zag zij hem naar huis komen en, over de afwasbak gebogen, glimlachte zij. Zij wist dat hij weer niet van haar af zou kunnen blijven en glimlachte. En hoewel de boerenstiel hard is, was er toch elke nacht dat heerlijke spel. Ze had een nieuwe reden om voor te leven.
 
Tien maanden later was Magdalena in positie (zwanger). De schrik sloeg haar om het hart. De boerenstiel kende zij nu wel, maar kinders de borst geven, hoe doet ge dat? En als ge de koeien aan het melken zijt, wat doet ge dan met de kinders? Jooris zag het wél zitten: "Ge zijt gezond," zei hij, "wat zoudt gij niet voor kinders kunnen zorgen!"
 
Ze kwamen, die kinders, en ze zorgde ervoor! Er was eigenlijk niks aan. En hoe meer er kwamen, hoe beter het ging. Ze zat nu al aan nummer drie en ze begon er plezier aan te beleven. Haar zusters keken haar met bewonderende blikken aan, want ze hadden nooit gedacht dat Madeleintje het in haar had. Een ferme vent, een grote boerderij en al drie koters. Neen, ze herkenden het frêle Madeleintje van vroeger niet meer. Hare vent zat wel eens in de drie maanden in de café De Lichtboeie op het kerkeplein, maar welke vent laat zich nu en dan eens niet gaan? En was Magdalena hem de tweede keer niet komen halen? "Joris, in de plekke van (in plaats van) al ons geld hier te verzuipen, zoudt ge beter een nieuwe koe kopen!" En was hij niet gedwee meegekomen? En had zij zich de volgende dag niet laten achternazitten in de stal, tussen de beesten.
 
Haar volgende zwangerschap sloeg tegen (liep mis): een doodgeboren velleke. Magdalena was er dagenlang ziek en moedeloos van, en dan ook nog eens het besef 'van het niet meer aan te kunnen'. "Tevele," zei ze tegen haar vent, "'t is tevele! Tevele kinders, tevele beesten, tevele land, tevele leven, tevele."
 
Maar ze herpakte zich. Wat was het probleem eigenlijk? Die drie anderen leefden toch nog?!? En Lampe was toch ook doodgegaan? Dat was ook al weer zo lang geleden; hij was bijna vergeten. Het leven moest voortgaan en er moest nu maar eens een nieuwe hond komen: Ratte, een klein mormel dat nog een beetje onvast op z'n poten stond en in zijn zotte levensblijheid zijn snelheid verkeerd inschatte en tegen de deur van de stal knalde. Magdalena proestte het uit. Ja, zij kon weer lachen. Haar krachten namen toe en zij hervatte haar dagelijkse bezigheden.
 
Toen haar oudste zoon achttien jaar was, stond hij op een dag plots achter haar. Madeleine was de aardappelen aan het schillen. "Moeder, ik ga in het klooster." "Hoe, ge gaat in het klooster?!?" "Ja, ik ga in het klooster!" En hij ging. En ze moest er zich wel bij neerleggen. Eigenlijk was ze er trots op. Nu had haar gezin ook zijn pater. Vader zei er niet veel van, maar tegen moeder kon hij het toch niet halen.
 
De oorlog kwam en met hem de vrees voor dood en vernieling. Twee van haar dierbare zonen werden opgeroepen voor het leger en vertrokken met pak en zak. Ja, 't is vreemd, maar 't schijnt dat er aan de Ijzer zwaar werd gevochten. Hoe kwam het dan dat ze daar in Lichtervelde niets van merkten? Die oorlog trok aan de boerderij voorbij. Letterlijk: lange kolonnes soldaten aan de horizon en gerommel van geschut in de verte. Één keer een verdwaalde compagnie die op het erf neerzeeg. De soldaten slokten de boterhammen die Magdalena in der haast had gesmeerd gretig op. En ook: "Danke, madam." Tien keer. Twintig keer. En een beddenlaken moest er aan geloven voor het verbinden van enkele lelijke wonden. "Danke, madam." 't Is niets, dacht, Magdalena, 't is te hopen dat iemand onze Juul en onze Marcel ook te eten geeft.
 
Na vier jaar weer die colonnes aan de horizon, maar nu in de andere richting. Duitsers, dit keer. En weer soldaten op het erf. En weer boterhammen en beddenlakens. "Vrouwe toch, zoudt ge die Duitsers nu wel helpen?" "Och, zij hebben ook een moeder die op hen wacht." En weer: "Danke, Frau." En haar eigen twee zonen, zij keerden terug, weliswaar met een sombere, duistere blik in hun ogen, maar ze keerden terug. Heelhuids. Geen baksteen beschadigd en niemand van de kinders of de knechten of de beesten gewond. Ongeschonden uit een wereldbrand komen, ge moet het maar kunnen.
 
Haar man kon haar nog altijd niet gerust laten en de seizoenen en de kinders volgden elkaar op: zaaien en oogsten, bevruchten en baren, ziek zijn en genezen, oogsten die mislukken, oogsten die wonderwel gedijen, geld tekort en geld tevele. Geleidelijk aan werd zij een vrouw die ge niet zo gemakkelijk meer aan het schrikken bracht.
 
En toen raasde de tweede wereldoorlog over Vlaanderen heen. "Allez, vooruit," mompelde Magdalena "de eerste keer was maar om te oefenen, nu is 't totdat wij 't echt goed kunnen." Nu werd hun zesentwintigjarige Gijs opgeroepen voor het leger, een beetje een simpele jongen, maar een beer van een vent. En vader, vader begon een godsgruwelijke hekel te krijgen aan alles wat Duits was. En moeder, moeder vroeg zich af wanneer de staat eens iets voor hen zou doen. Want die staat, die stond indertijd toch ook niet klaar met een reservetiet als de kinders elkaar in snel tempo opvolgden!
 
In de stad was er voedselschaarste, maar daar hadden ze in Lichtervelde geen last van. In Holland hadden ze er blijkbaar wél last van, want dat land deelde nu ook in de klappen. De oudste dochter, die met een Hollander getrouwd was, berichtte: "Lieve moeder, we zien af en we lijden honger." Magdalena snapte het niet zo goed. Hier op het platteland bleef het gras groeien, de koeien bleven melk geven en de varkens werden toch niet gebombardeerd?!? Moeder schreef terug: "Kom were naar huis en brengt man en kinders mee." Aldus geschiedde. En met nog meer nadruk nu: "Heer, zegen ons en ook deze spijzen die uw milde hand ons geeft, door Christus onze Heer, amen."
 
Verrassing: na drie maanden keerde Gijs terug naar huis: een Duits jachtvliegtuig had zijn colonne beschoten. Iedereen de gracht in, maar een verdwaalde kogel had hem in de schouder geraakt. "Vandecasteele, gij moogt naar huis." "Tot uw orders kapitein." Een geluk bij een ongeluk.
 
En ze moesten daar in Lichtervelde goed bezig geweest zijn, want weer besloot God de hoeve en alles wat er op leefde en werkte te ontzien (sparen). Zelfs de bevrijder in 1945 achtte het niet de moeite waard om eens langs te komen.
 
't Was vlak na die tweede oorlog dat Magdalena plots begon te kwakkelen. Er was nog één aspect van het leven dat zij niet kende: zélf doodgaan. Het begon met hoesten en krochen het eindigde in draaierig worden en vallen en verward zijn.
 
Het was op een koude winternacht. In haar laatste uren overschouwde zij met trots de bende die zich rond haar sterfbed geschaard had. En voor haar geestesoog verschenen weer die kippen, die kippen waarvoor ze indertijd kwistig de mais had rondgestrooid. Toen was ze nog frêle en bang om het leven aan te vatten, maar toch ... toen al ... zorgen voor ... zorgen voor ... Haar oudste fluisterde haar in het oor: "Moeder, ge hebt het goed gedaan." En zij: "Zorgt goed voor uw oude vader." Toen pas sloot ze definitief de ogen.
 
© Drs. Johan Arendt Happolati
Lees meer...   (26 reacties)
Medebloggers,
 
De beginnende schrijver vraagt zich soms af waar hij in godsnaam nog moet over schrijven. Zo ook ik. Beginnend schrijver zijnde, bedoel ik *kuch*. Waar zitten de mensen nu nog op te wachten? Alles is immers al eens gezegd, alles al eens geschreven.
 
Vandaag ging in de Brugse stadsbibliotheek weer de 'jaarlijkse grote boekenverkoop' door. Voor een appel en een ei kon men boeken op de kop tikken die blijkbaar door geen mens meer worden ontleend. En plots, plots stond ik daar met 'Barnsteen' in m'n handen, 'een bundel verhalen uit de klassieke oudheid'. Waarom niet? dacht ik. Aan één (ÉÉN) euro kunt ge niet bedrogen zijn. En die ouwe Griekse knakkers, die konden er wel wat van. Ik heb nooit Latijn/Grieks gestudeerd (te moeilijk), maar de Griekse wereld heeft mij altijd wel bekoord en geïntrigeerd. Ik verbaas mij altijd over die vreemde mix tussen bruut geweld en uiterste verfijning die uit de verhalen uit de oudheid op ons afkomt.
 
Één van de verhalen was al meteen raak. Petronius... Nooit van gehoord... Het Satiricon... En een verhaal waar voor ons hedendaagse mensen eigenlijk geen touw aan vast te knopen valt en waar ook geen normaal mens in voorkomt.
 
Dat moeten we hebben, dacht ik. Dat zullen mijn bezoekers graag lezen. In één moeite door stoot ik ze nog op in de vaart der volkeren ook, want ze worden deelachtig aan een stukje klassieke literatuur. En ik hoef het alleen maar over te tikken. 't Is flauw, ik weet het, maar nóg flauwer zijn de zelfverzonnen verhalen van een blogger van het zevende knoopsgat.
 

 
De Deugdzame dame van Efeze
 
(Petronius - Het Satiricon - 1e eeuw na  Christus)
 
Er woonde in Efeze een dame, zo befaamd om haar deugdzaamheid, dat zelfs vrouwen van naburige steden dit merkwaardig voorbeeld kwamen aanschouwen.
 
Toen haar man was gestorven en zij hem ten grave droeg, stelde zij zich er niet mee tevreden om volgens de gewoonte dier dagen de stoet te volgen met loshangend haar en voor de ogen van de menigte zich op de ontblote borst te slaan, maar zij deed de dode uitgeleide tot in de grafkelder en toen het lijk volgens Griekse zede was neergelegd in dit onderaards verblijf, hield zij de wacht en beweende het dag en nacht.
 
Noch haar ouders, noch haar vrienden en verwanten waren bij machte haar te bewegen het graf te verlaten; zij bleef zich overgeven aan haar smart en wilde de hongerdood sterven. Ook de overheid, die een laatste poging aanwendde, werd teruggewezen.
 
Door allen beklaagd had deze vrouw, een voorbeeld van uitzonderlijke deugd, nu al vijf dagen lang niets gegeten. Één trouwe slavin zat bij de ongelukkige en mengde haar tranen met die van de treurende en vernieuwde de olie in de graflamp, zo vaak de vlam begon te kwijnen. Zo was er over haar in de hele stad maar één roep: zij gold voor iedereen - hoog of laag - als het enige ware en lichtende voorbeeld van kuisheid en huwelijkstrouw.
 
Nu gebeurde het in die dagen, dat de stadhouder van de provincie enige rovers aan het kruis liet slaan, juist tegenover diezelfde tombe, waarin die dame het lijk van haar onlangs gestorven man beweende. Toen de nacht inviel, bespeurde de soldaat, die de kruisen bewaakte, opdat niemand een der lichamen zou weghalen om het te begraven, een helder brandend licht tussen de graven. Toen hij de klachten van een treurende had gehoord, kon hij, door een zwakheid aan de menselijke natuur eigen, zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen; hij wilde weten wie het was en wat zij deed. Hij daalde dus af in de tombe en op het zien van de beeldschone vrouw bleef hij eerst onbewegelijk staan, als door een spookachtig en onderaards verschijnsel geboeid. Maar toen hij het lijk zag liggen en haar tranen zag en haar door de nagels geschonden gelaat, begreep hij, wat er gaande was; dat hij voor zich had een vrouw, die ontroostbaar was over het verlies van haar man. Hij bracht zijn sober maal in het graf en begon haar aan te sporen niet in haar nutteloze smart te volharden en haar hart niet door vergeefse verzuchtingen te verscheuren: "ons allen," zo sprak hij, "wacht eenzelfde uiteinde en eenzelfde verblijf" en meer van die dingen, die genezing brengen aan een gewonde ziel. Maar zij wilde van geen troost weten en verscheurde haar borst door nog heviger slagen, rukte zich de haren uit en legde ze op het lichaam van de dode. Toch gaf de soldaat het niet op, maar zijn aansporingen voortzettend trachtte hij de vrouw te overreden enig voedsel te nemen. Eindelijk bezweek de slavin het eerst voor de verlokkende geur van de wijn en uit eigen beweging reikte zij haar hand naar de zo menslievend geboden gaven. Versterkt door spijs en drank begon zij de hardnekkigheid van haar meesteres te bestoken en zeide: "Wat baat het u, om door honger te worden verteerd, om u levend te begraven, om een onschuldig leven te verspillen, voordat het noodlot dit opeist? Zoals de dichter zegt:
 
'Denkt gij, dat in het graf
der doden as
zich om uw rouw bekreunt?'
 
Keer tot het leven terug! Schud van u af deze vrouwelijke dwaling en geniet de vreugden van het leven, zolang het u vrijstaat. Het lichaam zelf, dat hier dood voor u ligt, moet u een aansporing tot leven zijn."
 
Niemand blijft ongevoelig voor woorden, die opwekken tot eten, tot leven. Zo werd de hardnekkigheid van de vrouw, die door het vasten van verscheidene dagen was verzwakt, gebroken. Zij verzadigde zich met voedsel, niet minder gretig dan de slavin, die het eerst was gezwicht.
 
Maar ge weet, lezer, waartoe een volle maag de mens vaak verlokt. Met dezelfde vleierijen, waarmee de soldaat had bereikt, dat zij in leven wilde blijven, deed hij nu een aanval op haar kuisheid. De preutse dame scheen niet ongevoelig voor zijn bekoring en zijn welbespraaktheid en de slavin verwierf zijn gunst door er aan toe te voegen het dichterwoord:
 
'Weerstreeft ge ook een liefde, die uw hart bekoort?'
 
Om kort te gaan, ook dat deel van haar lichaam gaf zich gewonnen en de krijgsman behaalde een overwinning op beide fronten. Zo sliepen zij samen, niet alleen die eerste bruiloftsnacht, maar ook de volgende en de daaropvolgende dag bleven zij bijeen, nadat ze eerst de deuren van de grafkelder hadden gesloten, opdat een ieder, die haar kende, als hij het graf naderde, zou menen, dat die allerzedigste vrouw op het lijk van haar man de geest had gegeven.
 
De soldaat, verrukt van de schoonheid van de vrouw en van hun geheime liefde, kocht alle versnaperingen, waartoe zijn middelen hem in staat stelden en bracht ze in het graf, zodra de nacht viel. Zo kwam het, dat de ouders van een der gekruisigden, toen zij zagen, dat de bewaking verslapt was, hem in de nacht weghaalden en eervol begroeven, terwijl de soldaat, in de strikken van Amor gevangen, zijn plicht verzaakte. Toen hij de volgende dag zag, dat één kruis zonder lijk was, vertelde hij, voor de zwaarste straffen bevreesd, aan de vrouw, wat er gebeurd was. Hij zou, zo zeide hij, het rechterlijk vonnis niet afwachten, maar door zijn eigen zwaard boeten voor zijn plichtsverzuim. Zij moest hem maar een plek aanwijzen, waar hij kon sterven, opdat zij in de noodlottige grafkelder zowel haar minnaar als haar echtgenoot kon bewenen. Maar de vrouw, niet minder medelijdend dan zedig, sprak: "Mogen de goden dit verhoeden, dat ik terzelfder tijd de dood moet zien van de twee mensen, die mij het meest geliefd zijn. Liever hang ik de dode op, dan dat ik de levende verlies."
 
Overeenkomstig dit woord liet zij het lijk van haar man beuren uit de kist en hangen aan het lege kruis. De soldaat benutte het vernuftig denkbeeld van die wijze vrouw. Niemand merkte de verwisseling van de lijken op.
 
 
Uit 'Barnsteen, een bundel verhalen uit de oudheid'; vertaald en toegelicht door M. A. Schwartz - Atheneum - Polak & Van Gennep- Amsterdam 1991.
Lees meer...   (21 reacties)
Medebloggers!
 
Vlaanderen heeft altijd een achterstand gehad op het gebied van stand-upcomedians. Die Hollanders konden dat beter dan wij. Zij beheersten hun spreektaal ook veel beter dan wij. Wij voelden ons de underdog.
 
De laatste tijd is er een kentering waar te nemen. Wij spelen tegenwoordig ook een beetje mee. Wim Helsen bijvoorbeeld, is erg goed.
 
En toch... en toch... Niks geen obscene praat om lekker stoerdoenerig indruk te maken, niks brutaal... gewoon... lullen... een beetje absurd... relaxed... cool... Toon Hermans was een erg coole man.
Lees meer...   (79 reacties)

Geef me nog wat tijd,
dan ga ik U binnenkort
omhoogstoten in de vaart der volkeren
met veel gedruis en dreigende donderwolkeren
en U onderhouden over Kunst en van die dingen.
 
't Zal weer plezant zijn;
niet héél erg plezant...
maar toch plezant.
 
Drs. Johan Arendt Happolati
duivelskunstenaar
 
(Ge moet er nu ook weer niet teveel van verwachten ook;
ik ben maar tot mijn achttiende naar school geweest...)
Lees meer...   (17 reacties)
 
 
Het vertrek.
 
Ze had zich licht misselijk gevoeld en bij aankomst op Zaventem was ze meteen naar de wc gerend.
De tranen sprongen haar in de ogen, nu had ze nog minder tijd gehad om afscheid te nemen van Thomas en hun drie kleine kinderen.
 
"Doe het maar", hadden Thomas en haar zus gezegd en ook haar vriendinnen hadden haar aangemoedigd te gaan, "dit congres is belangrijk voor je carrière, wij helpen wel met de kinderen".
Dat was waar, de lezing die ze zou geven zou weleens een doorbraak kunnen betekenen, alle belangrijke mensen zouden er zijn en ook de professor had haar gestimuleerd: "je weet nooit wie je tegenkomt", had hij met een knipoog gezegd.
Jaja, ze kende zijn reputatie maar zij wilde alleen haar eigen lieve Thomas.
Ze veegde de tranen weg, dronk wat water en zocht haar gezin weer op.  
 
"Het komt allemaal goed schatje". Thomas hield haar stevig vast. "Echt je hebt het verdiend, je hebt zo hard gewerkt" .
Ze kon het niet verdragen hem zo begrijpend te zien.
Terwijl zij aan haar proefschrift had gewerkt had Thomas onvolwaardelijk achter haar gestaan, zijn eigen carrière op een laag pitje gezet, zichzelf wegcijferend zodat zij aan de hare kon werken,  en het gezin draaiende gehouden.
Ze hurkte bij haar kinderen neer en nam afscheid door een waas van tranen .
"Zul je goed naar pappa luisteren, mamma belt jullie iedere dag en als het kan zie ik jullie op de webcam".
"Neehee, we maken heus geen ruzie", zei haar oudste.
"Kijk ik zie tante Tineke", zei haar jongste.
"Lekker bij het zwembad liggen hoor mam", de middelste, de optimist.
 
Ze zwaaide ze uit, draaide zich om voor de rij van de paspoortcontrôle en probeerde zich te concentreren op de komende reis.
Ach het was toch eigenlijk wel spannend ook allemaal, ze zou leuke en interessante mensen ontmoeten en zich best amuseren. Tenslotte was ze een onafhankelijke en intelligente jonge vrouw, moet je zien wat ze had bereikt in haar leven.
Ze voelde zich alweer wat opgewekter.
 
"Paspoort alstublieft"
De donkere man in uniform had een klein snorretje en keek haar ongeïnteresseerd aan.
"Nee", zei ze, "nee!"
Ze draaide zich om en wrong zich langs de rij wachtende mensen die haar verbaasd nakeken.
Ze rende de vertrekhal weer in, zoekend naar Thomas en de kinderen.
Ha, daar stonden ze.
 
Haar man had zijn armen om een vrouw heen geslagen en kustte haar op de mond, eerst kort en dan langer. De vrouw kustte hem enthousiast terug, ze keken elkander verliefd in de ogen,
Thomas en haar zus Tineke.
 
 
Lees meer...   (10 reacties)
een berichtje aan alle (vrouwelijke)  fans van drs...
 
 
de drs is op vakantie, dus grijpt u kans, en lees eens een goed boek...
 
Lees meer...   (5 reacties)

 
 
Vrienden van het web,
 
Nu onze Justine vandaag even niet het tennisveld opmoet, schotel ik U een filmfragmentje voor om U te verstrooien. Anders weet U waarschijnlijk toch niet wat doen.
 
Eerst en vooral moet U weten dat ik braak van hedendaagse musicals: slechte muziek, slecht gezongen, melige verhaaltjes, foute kostumes, overacting alom, kortom: baaaaalen!
 
Die musicals uit lang vervlogen tijden met Fred Astaire echter, dát was nog eens de moeite waard om te bekijken. En als U als jonge snaak niet weet waarover ik het heb, moet U onderstaand fragmentje maar eens bekijken.
 
U hebt er geen verstand van, zegt U? Geen nood; let gewoon op volgende dingen, want je kunt als blogger gemakshalve een joetjoepje op je blog pleuren - dat kan iedereen - maar als je ook zegt waaróm je dit zo goed vindt, krijgt het meteen een meerwaarde.
 
- de elegantie waarmee alles uitgevoerd wordt
  (alleen al stappen lijkt wel zweven te zijn geworden)
- de 'chic' van de kledij
- het perfecte aanvoelen van het ritme
  het 'gesyncopeerd' inspelen op de muziek
- het lijnenspel tussen lichaam, armen, benen én... walking-stick
- de man wervelt bijwijlen als een moderne derwish over de scène
- hij hanteert zijn wandelstok als een samoerai zijn slagzwaard
- de ritmeversnelling op het einde
 
Adembenemend! Wat je ziet grenst aan het ongelooflijke (ik word oud zeker, dat ik mij hier zo laat gaan in superlatieven om zo'n stukje antieke film?) Ik denk dat Astaire die scène een honderdtal keren heeft moeten overdoen, want om al die bewegingen en manoeuvres met die onvoorspelbare wandelstok perfect uit te voeren, heb je eigenlijk ook een beetje geluk nodig. Volgens Fred Astaire duurden de voorbereidingen van deze scène 'five weeks of back-breaking physical work'. Voor de mensen die op details letten: die soms onbegrijpelijk opwippende wandelstok is te wijten aan een technisch trucje met een verensysteem in de vloer: computertrucs waren in die tijd nog onmogelijk...
 
Ladys and gentlemen, I give you...
 
(tussen twee tennismatchen door)
 
 
FRED ASTAIRE...
IN...
 
 
 
1946
 
Lees meer...   (95 reacties)

MACARONI POEM
 
 
Guten Morgen, mon ami,
Heute ist es schönes Wetter!
Charmé de vous voir ici!
Never saw you looking better!
 
Hoffentlich que la Baronne
so entzückend et so pleasant,
ist in Brussel cet automne.
Combien wünsch ich she were present!
 
Und die Kinder, how are they?
Ont-ils eu la rougeole lately?
Sind Sie avec vous today?
J'aimerais les treffen greatly.
 
Ich muss chercher mon hôtel.
What a charming Schwätzerei, Sir!
Lebe wohl! Adieu! Farewell!
Vive le Congo! Hoch dem Kaiser!
 
H.G.
 
 
 
Vrienden van het web,
 
Het gedicht is niet van mij. Het is van ene zekere 'H.G.' Aldus noteerde ik een drietal decennia geleden in het rode notaboekje waar ik toen enkele opmerkelijke verzen in bewaarde. Waar de initialen voor staan, weet ik dus niet.
 
De nu ongetwijfeld aflijvige H.G. neemt het mij voorzeker niet kwalijk dat ik zijn grappig versje hier even op deze elektronische wijze aan de vergetelheid ontruk.
Lees meer...   (38 reacties)
SIGHT AND SOUND 
 

 
 
 
Vrienden van het web, 
 
Sedert de film 'Apocalypse Now' (Francis Ford Coppola, 1979) is de muziek van Wagners 'Ride of the Walkures' voor mij onlosmakelijk verbonden met overvliegende helikopters.
 
Zo ook zijn er andere liedjes of liedjesfragmenten die mij terugslingeren in de tijd.
 
Disco herinnert mij aan mijn jonge jaren, toen ik op zaterdagavond nog op stap ging, maar vooral aan de tijd toen ik studeerde aan de Technische School van de Luchtmacht in Saffraanberg.
 
99 Luftballons van Nena, dat was die periode waarin ik mijn vrouw en echtgenote leerde kennen. Duizend jaar geleden. Wij zijn nog altijd samen...
 
Als wij op reis gaan, nemen wij altijd een muziekcassette mee, waarop enkele vooraf opgenomen, favoriete nummers staan. Bij Bryan Adam's 'I'm ready' rijd ik met mijn kleine gezinnetje weer door het Spaanse landschap op weg naar Granada en het Alhambra.
 
Heren,
Dames vooral,
 
Hebt U dat ook?
 
Dat muziekfragmenten bepaalde herinneringen bij U oproepen, bedoel ik.
 
Het mag hier best melig worden...
.
Lees meer...   (50 reacties)
 
 
 
OPGEPAST EN NIET GELACHEN 
 
En na zo'n onschuldig logje als dat van van die lieve poezen mag er best wel iets komen dat aan de ribben hangt, nietwaar bloggers?
 
Come and see tomorrow...
 
De Drs. weet dat men voor afwisseling moet zorgen.
 
Om zijn lezersbestand op peil te houden...
Lees meer...   (6 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl