Drs. Johan Arendt Happolati
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
Beginselverklaring:
 Eindelijk schrijf ik je weer, omdat er grote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke. (Openingszin uit de roman 'Kaas' van Willem Elsschot, 1933)
 
stijlvol
met liefde voor de taal
grappig
voor elck wat wils
plagen mag, judassen niet
 geen gedonderjaag met andermans lief
QUALITY PRODUCT
 
MADE IN
BRUGGE
FLANDERS
 

Medebloggers:
 
(NL) Aargh
(S)   Baasbraal
(NL) Babbel
(NL) Dawolf
(NL) Djust
(NL) Eefs log
(NL) Fredzijn U 19.02.09
(NL) Givamo
(B)   Ils
(B)   Irimi
(B)   Ivo Victoria
(NL) Jenni 
(B)   Junegirl
(NL) Margot
(NL) Miss Punt 
(NL) Muisgrijs U 04.01.08
(NL) Soyrosa
(B)   Tante Annie
(NL) T!EN
(B)   Weegbreker
(B)   Wizzewasjes
 
 
Over ons Nederlands:
 
 
(*)       Aanraders
  Nú lezen! Allen daarheen!
  (Nieuw, dus...)
Onaf verhaal
Na de poëzie,
 
het proza...
 
 
Magdalena Aspeslagh (1870 - 1946)
 
De dingen des levens.
 
 
Magdalena Aspeslagh werd geboren op 13 mei 1870. Ze was het achtste kind van godvrezende boeren die in het West-Vlaamse Lichtervelde koeien en zwijnen en granen kweekten. Vier broers en drie zusters had haar moeder reeds ter wereld gebracht en nog zocht vader elke nacht weer toenadering.
 
Madeleintje was een tengere boreling. Moeder Dorine hield haar hart vast als het kleine meisje aan haar borst lag, ternauwernood zuigend, ternauwernood drinkend. En mager, maar máger dat dat kind was! Niet zelden dacht Dorine dat Madeleintje aan haar borst zou in slaap vallen en dan maar gewoon zachtjes zou uitdoven.
 
Madeleintje overleefde echter. Stil, broos en kwetsbaar opende zij elke dag 's morgens weer haar oogjes en zette zij zich aan 't leven. En zo werd ze toch twee jaar. En drie jaar. En vier jaar. En gaandeweg vond zij haar weg in het druistige (onstuimige) leven op de boerderij. Ondertussen was ze zelfs al niet meer de kleinste van de bende, want vaders levenslust had ervoor gezorgd dat er ondertussen nog twee zusjes waren geboren. En zij werd vijf jaar. En zes jaar. En nog een broertje. "Vader toch, hoe gaan wij die kinders allemaal te eten geven?" "Zwijgt, vrouwe, de oogst is van de jare weer goed gelukt; kom laat mij u nog ne keer gaarne zien."
 
Van koeien en paarden en zwijnen en van al die andere grote beesten op de boerderij hield Madeleintje niet. Zij hield zich liever bezig met de kleinere dieren: de kippen, de poezen, de hond, haar twee kleine zusjes en haar broertje. Moeder Dorine wist op den duur wel dat zij al die schepsels aan Magdalena kon toevertrouwen.
 
's Morgens was Madeleintjes eerste werk het voederen van al dat bedrijvig, klein volk. Als zij op het erf stapte, kwam de haan en al zijn kippen rond haar benen draaien en het was een lust voor het oog om te zien hoe zij de mais kwistig rondstrooide en hoe al dat pluimvee pikte en pikte en pikte. Madeleintje had al haar beesten een naam gegeven en soms pakte ze er lukraak een uit om aan haar borst te drukken en dan was zo'n kip zó stil, zó overdonderd... Het was een grote eer om te worden opgepakt door Madeleintje. Met de twee poezen en met de hond Lampe had Dorien een speciale band: die hadden heel de godganse dag toch niks anders te doen en zij volgden haar dan ook als haar schaduw; de katten tot aan de rand van het erf en de hond zelfs tot in het dorp, naar de bakker, als zij eieren ging verkopen op de zaterdagmarkt, als zij gewoon naar de schoenmaker ging om opgelapte schoenen of kloefen (klompen) te gaan ophalen, altijd was zij vergezeld van haar hond Lampe. Een keer was Dorientje aangesproken door Wannes De Kezel met zijn vieze en gescheurde lompen om zijn lichaam en toen was Lampe de arme man zowaar aangevlogen en had in zijn hand gebeten. Toen Wannes daarop zijn beklag kwam doen op het erf, kreeg hij te maken met de boer die hem nu te lijf ging met een riek en hem toebeet dat "Als ge nog ene keer in de omgeving van ons Magdalenaatje durft komen, dan krijgt ge niet alleen te maken met den hond!"
 
En Madeleine ging naar school. En zij was wel klein en kwetsbaar, maar geen één die haar durfde aan te raken, want altijd beschermde die dreiging van die vier verschrikkelijke, oudere broers haar. Had men haar één haar durven krenken, Lichtervelde zou te klein zijn geweest. En zij was wel ... onbelangrijk ... maar zij was toch ook lief en daardoor graag gezien van elkendeen.
 
En zo werd zij dertien jaar.
 
Slechts de hond Lampe vergezelde haar nog op haar tochten door het dorp; de ene kat was stilletjes uitgedoofd en de andere was op zekere dag gewoon verdwenen.
  
En zo werd zij zestien jaar.
 
Madeleintje bleef een magere spriete: vel over been, kleine borstjes, niet bepaald zandloperachtig. En toch ... en toch ... Zou het dan toch waar zijn, dat op ieder potje een dekseltje past? Zo was er een boerenzoon die vanuit een naburig dorp toevallig naar de mis kwam om een overledene te eren en haar opmerkte. En Madeleintje bemerkte zijn nieuwsgierige blikken en eigenlijk waren zij haar welgevallig.
 
En zo werd zij zeventien jaar. Die jongeman spookte nog altijd door haar hoofd. En zij spookte ook door zijn hoofd, want zekere zaterdag verscheen hij opnieuw in het dorp, zogezegd om klompen te kopen en toevallig liep hij Madeleine met haar hond tegen het lijf. En van het een kwam het ander: zij begonnen aan elkaar te schrijven. Hij, met een hoekig, lelijk handschrift en zij, met het puntje van haar tong tussen haar lippen: "Beste Jooris ik schrijf je weer eens omdat onze hond Lampe vandaag achter een keun (konijn) heeft gezeten en in de achtervolging zich zeer heeft gedaan aan een stekkerdraad (prikkeldraad)." En hun brieven werden steeds vertrouwelijker en Madeleine achttien jaar.
 
De boer en de boerin zagen dit alles met ongeloof en schrik aan: hun Madeleintje in kennis met een brute boerenzoon. Zij hielden hun hart vast. Maar aan de andere kant begonnen zij te beseffen dat Magdalena het tot nu toe eigenlijk tamelijk goed had gedaan en dat zij misschien toch nog haar draai in het leven zou vinden en uiteindelijk ook 'van de straat geraken'.
 
Maar Magdalena twijfelde. Zij getrouwd? En wat ge dan allemaal moet doen met een man? En aan de andere kant ... voelde zij soms niet een vreemde warmte door haar lijf stromen, als zij weer eens brief van haar ... lief ... ontving.
 
De vrijage werd ernstig. Joris kwam steeds vaker de zondag op bezoek en samen maakten Magdalena en hij dan lange wandelingen door de velden en langs de boerenerven.
 
Maar trouwen? Madeleine huiverde bij de gedachte. Zij voelde zich zo klein, zo onbelangrijk. En zouden er dan kinderen van komen? En hoe doet ge dat allemaal? En zou zij haar Joris wel waard zijn? Zou zij hem aan haar kunnen binden?
 
Ze trouwden toch en zij ervoer voor het eerst het geweld van een man. Toen hij haar de eerste keer beetpakte 'voor echt' kon zij geen kant meer op. Pijn en verwarring. Maar ook, een vreemde verrukking. Zou dit nu wellust zijn? Een naakt mannenlichaam. Voor het eerst. Dat mogen bepotelen. En die gretigheid in zijn ogen. Had zij dit veroorzaakt? Gaandeweg bleef de pijn achterwege; de wellust bleef, neen, nam toe.
 
Zij voelde zich voor het eerst in haar leven vrouw. Haar zelfvertrouwen groeide. Zij, die nooit een groot gedacht van zichzelf had gehad, besefte nu dat zij er in slaagde een man in vervoering te brengen. En zij genoot zelf met volle teugen van deze nieuw ontdekte roes. Het leven op de boerderij kon zij wel aan: zij had zelf nooit anders gezien bij haar ouders. En haar tenger lichaam bleek taai te zijn. Ook op het gebied van de liefde. Soms, over de noen, zag zij hem naar huis komen en, over de afwasbak gebogen, glimlachte zij. Zij wist dat hij weer niet van haar af zou kunnen blijven en glimlachte. En hoewel de boerenstiel hard is, was er toch elke nacht dat heerlijke spel. Ze had een nieuwe reden om voor te leven.
 
Tien maanden later was Magdalena in positie (zwanger). De schrik sloeg haar om het hart. De boerenstiel kende zij nu wel, maar kinders de borst geven, hoe doet ge dat? En als ge de koeien aan het melken zijt, wat doet ge dan met de kinders? Jooris zag het wél zitten: "Ge zijt gezond," zei hij, "wat zoudt gij niet voor kinders kunnen zorgen!"
 
Ze kwamen, die kinders, en ze zorgde ervoor! Er was eigenlijk niks aan. En hoe meer er kwamen, hoe beter het ging. Ze zat nu al aan nummer drie en ze begon er plezier aan te beleven. Haar zusters keken haar met bewonderende blikken aan, want ze hadden nooit gedacht dat Madeleintje het in haar had. Een ferme vent, een grote boerderij en al drie koters. Neen, ze herkenden het frêle Madeleintje van vroeger niet meer. Hare vent zat wel eens in de drie maanden in de café De Lichtboeie op het kerkeplein, maar welke vent laat zich nu en dan eens niet gaan? En was Magdalena hem de tweede keer niet komen halen? "Joris, in de plekke van (in plaats van) al ons geld hier te verzuipen, zoudt ge beter een nieuwe koe kopen!" En was hij niet gedwee meegekomen? En had zij zich de volgende dag niet laten achternazitten in de stal, tussen de beesten.
 
Haar volgende zwangerschap sloeg tegen (liep mis): een doodgeboren velleke. Magdalena was er dagenlang ziek en moedeloos van, en dan ook nog eens het besef 'van het niet meer aan te kunnen'. "Tevele," zei ze tegen haar vent, "'t is tevele! Tevele kinders, tevele beesten, tevele land, tevele leven, tevele."
 
Maar ze herpakte zich. Wat was het probleem eigenlijk? Die drie anderen leefden toch nog?!? En Lampe was toch ook doodgegaan? Dat was ook al weer zo lang geleden; hij was bijna vergeten. Het leven moest voortgaan en er moest nu maar eens een nieuwe hond komen: Ratte, een klein mormel dat nog een beetje onvast op z'n poten stond en in zijn zotte levensblijheid zijn snelheid verkeerd inschatte en tegen de deur van de stal knalde. Magdalena proestte het uit. Ja, zij kon weer lachen. Haar krachten namen toe en zij hervatte haar dagelijkse bezigheden.
 
Toen haar oudste zoon achttien jaar was, stond hij op een dag plots achter haar. Madeleine was de aardappelen aan het schillen. "Moeder, ik ga in het klooster." "Hoe, ge gaat in het klooster?!?" "Ja, ik ga in het klooster!" En hij ging. En ze moest er zich wel bij neerleggen. Eigenlijk was ze er trots op. Nu had haar gezin ook zijn pater. Vader zei er niet veel van, maar tegen moeder kon hij het toch niet halen.
 
De oorlog kwam en met hem de vrees voor dood en vernieling. Twee van haar dierbare zonen werden opgeroepen voor het leger en vertrokken met pak en zak. Ja, 't is vreemd, maar 't schijnt dat er aan de Ijzer zwaar werd gevochten. Hoe kwam het dan dat ze daar in Lichtervelde niets van merkten? Die oorlog trok aan de boerderij voorbij. Letterlijk: lange kolonnes soldaten aan de horizon en gerommel van geschut in de verte. Één keer een verdwaalde compagnie die op het erf neerzeeg. De soldaten slokten de boterhammen die Magdalena in der haast had gesmeerd gretig op. En ook: "Danke, madam." Tien keer. Twintig keer. En een beddenlaken moest er aan geloven voor het verbinden van enkele lelijke wonden. "Danke, madam." 't Is niets, dacht, Magdalena, 't is te hopen dat iemand onze Juul en onze Marcel ook te eten geeft.
 
Na vier jaar weer die colonnes aan de horizon, maar nu in de andere richting. Duitsers, dit keer. En weer soldaten op het erf. En weer boterhammen en beddenlakens. "Vrouwe toch, zoudt ge die Duitsers nu wel helpen?" "Och, zij hebben ook een moeder die op hen wacht." En weer: "Danke, Frau." En haar eigen twee zonen, zij keerden terug, weliswaar met een sombere, duistere blik in hun ogen, maar ze keerden terug. Heelhuids. Geen baksteen beschadigd en niemand van de kinders of de knechten of de beesten gewond. Ongeschonden uit een wereldbrand komen, ge moet het maar kunnen.
 
Haar man kon haar nog altijd niet gerust laten en de seizoenen en de kinders volgden elkaar op: zaaien en oogsten, bevruchten en baren, ziek zijn en genezen, oogsten die mislukken, oogsten die wonderwel gedijen, geld tekort en geld tevele. Geleidelijk aan werd zij een vrouw die ge niet zo gemakkelijk meer aan het schrikken bracht.
 
En toen raasde de tweede wereldoorlog over Vlaanderen heen. "Allez, vooruit," mompelde Magdalena "de eerste keer was maar om te oefenen, nu is 't totdat wij 't echt goed kunnen." Nu werd hun zesentwintigjarige Gijs opgeroepen voor het leger, een beetje een simpele jongen, maar een beer van een vent. En vader, vader begon een godsgruwelijke hekel te krijgen aan alles wat Duits was. En moeder, moeder vroeg zich af wanneer de staat eens iets voor hen zou doen. Want die staat, die stond indertijd toch ook niet klaar met een reservetiet als de kinders elkaar in snel tempo opvolgden!
 
In de stad was er voedselschaarste, maar daar hadden ze in Lichtervelde geen last van. In Holland hadden ze er blijkbaar wél last van, want dat land deelde nu ook in de klappen. De oudste dochter, die met een Hollander getrouwd was, berichtte: "Lieve moeder, we zien af en we lijden honger." Magdalena snapte het niet zo goed. Hier op het platteland bleef het gras groeien, de koeien bleven melk geven en de varkens werden toch niet gebombardeerd?!? Moeder schreef terug: "Kom were naar huis en brengt man en kinders mee." Aldus geschiedde. En met nog meer nadruk nu: "Heer, zegen ons en ook deze spijzen die uw milde hand ons geeft, door Christus onze Heer, amen."
 
Verrassing: na drie maanden keerde Gijs terug naar huis: een Duits jachtvliegtuig had zijn colonne beschoten. Iedereen de gracht in, maar een verdwaalde kogel had hem in de schouder geraakt. "Vandecasteele, gij moogt naar huis." "Tot uw orders kapitein." Een geluk bij een ongeluk.
 
En ze moesten daar in Lichtervelde goed bezig geweest zijn, want weer besloot God de hoeve en alles wat er op leefde en werkte te ontzien (sparen). Zelfs de bevrijder in 1945 achtte het niet de moeite waard om eens langs te komen.
 
't Was vlak na die tweede oorlog dat Magdalena plots begon te kwakkelen. Er was nog één aspect van het leven dat zij niet kende: zélf doodgaan. Het begon met hoesten en krochen het eindigde in draaierig worden en vallen en verward zijn.
 
Het was op een koude winternacht. In haar laatste uren overschouwde zij met trots de bende die zich rond haar sterfbed geschaard had. En voor haar geestesoog verschenen weer die kippen, die kippen waarvoor ze indertijd kwistig de mais had rondgestrooid. Toen was ze nog frêle en bang om het leven aan te vatten, maar toch ... toen al ... zorgen voor ... zorgen voor ... Haar oudste fluisterde haar in het oor: "Moeder, ge hebt het goed gedaan." En zij: "Zorgt goed voor uw oude vader." Toen pas sloot ze definitief de ogen.
 
© Drs. Johan Arendt Happolati

Reacties

drs op 12-10-2011 23:29
’t Is een vreemde historie, Medebloggers. Nee, niet dat verhaal hierboven, bedoel ik, maar hoe dat verhaal tot stand gekomen is. Het is namelijk nog niet af.
Ik wilde een kroniek schrijven in de trant van de romans van Cyriel Buysse of Louis Paul Boon: korte zinnen en geboren, gehuwd, zwanger en dood in enkele bladzijden. Genre ‘Iedereen de gracht in, maar een verdwaalde kogel had hem in de schouder geraakt. “Vandecasteele, gij moogt naar huis.” “Tot uw orders, kapitein.” Een geluk bij een ongeluk.’
Maar ’t werd zwoegen en zweten en schrappen en herschrijven. Op een bepaald ogenblik en tijdens het oproepen van de Twee Wereldoorlog had ik geschreven ‘Aan de Ijzer werd zwaar gevochten …’ Enkele dagen las ik dat opnieuw en toen dacht ik, hoe, aan de Ijzer werd zwaar gevochten?!? Happolati, hoe stom kunt ge zijn? In de Tweede Wereldoorlog werd er aan de Ijzer helemaal niet zwaar gevochten, dat was in de Eerste Wereldoorlog. Zukke dingen.
En hoeveel kinders had Magdalena eigenlijk? En hoe heetten ze? En dan haar ouders … Die zijn toch ook gestorven? Dat is toch ook een mijlpaal in een mens zijn leven? Moet dat daar ook in? En hoe lang moet dat dan eigenlijk allemaal worden? “Jamaar, Happolati,” zult u zeggen “had dan gewacht tot het helemaal af was.” Ik moet u iets bekennen, Medebloggers: ik was het beu. Vreemd, hé? Ik ben blijkbaar een man van de korte afstand, de sprint, zeg maar. De marathon is aan mij niet besteed.
U ziet, die roman die ooit van mijn hand zou verschijnen, die komt er niet. En de Nobelprijs voor deLiteratuur, dat zal ook voor een volgend leven zijn.
Misschien zal ik er nog wat aan prutsen. Ge moogt trouwens ook helpen nadenken over hoe het nu verder moet. En fouten tegen de spelling en de grammatica moogt ge ook melden.
Met vriendelijke groeten,
De Drs.
seomezeor op 13-10-2011 00:22
Lieve Drs, ik wil dit graag lezen, ga ik ook zeker doen, maar niet nu.
Hier ga ik 'n regenachtige zondagmiddag voor uittrekken.
Ik verheug mij nu al.
babbelegoegje op 13-10-2011 02:33
Hr.drje, ik heb uw vraag maar even hiernaartoe gehaald. Anders las u mijn ietwat late antwoord misschien niet meer.
Vrouwe Babbel,
 Dat stemmen, dat vind ik wel een goed idee, maar ik vrees dat dit logje uitgedoofd is. Hier houdt het op. Ik moet maar weer eens aan de slag met iets nieuws, wat vindt u ervan? Een verhaal over beesten of over mensen, ja dat lijkt me wel wat.
 Met vriendelijke groeten,
 De Drs.
 
Welnu, u heeft dus nu de daad al bij het woord gevoegd. En ik ben heel blij, dat u mijn antwoord eerst niet heeft afgewacht. (grijns)
En ik zal het ook gaarne en de met plezier binnenkort lezen, maar ik moet eerst nog (steeds ) wat mailtjes versturen. Ik zal het u hier laten weten, als ik het heb gelezen.
Met hartelijke groet.


CO 078 op 13-10-2011 16:27
Beste Drs.,
 
Een marathon is niet aan U besteed, zegt U.
Wel, die sprint hebt U toch met grote voorsprong gewonnen!
Mooi verhaal. Aangrijpend bij momenten. Verder doen!
 
Toch een vraagje: hoe komt Madeleintje plots aan de naam Dorine?
Dit snap ik niet goed. Of heb ik niet goed opgelet?
 
Een respectvolle groet.
CO 078 (binnenkort CT 078 )
drs op 13-10-2011 18:39
Heer CO 078,
Goed dat u fouten helpt zoeken. Dorine is de moeder. In welke alinea heb ik mij vergist?
Met vriendelijke groeten,
De Drs.
CO 078 op 13-10-2011 20:05
"Tien maanden later was Dorine in positie"
"Haar zusters keken haar met bewonderende blikken aan, want ze hadden nooit gedacht dat Dorine het in haar had."
 
(U verwijdert deze reactie wel na de nodige aanpassingen, niet?)
 
 
drs op 13-10-2011 20:49
Verwijderen hoeft niet, Heer CO 078.
Het maakt allemaal deel uit van de ambiance.
Dank.
De Drs.
irimi op 14-10-2011 17:23
Ik heb genoten !!! Mooi hoor ...
 
Irimi

dawolf op 15-10-2011 02:15
In al zijn [haar] eenvoud van grote klasse en roerend. 
Brengt u dit in Groot Letter Boek uit? In die doelgroep zitten heel wat streekroman-lezers!
drs op 15-10-2011 20:19
Vrouwe Janny (seomezeor),
 
Ik geef toe dat het een flinke lap tekst is (ongebruikelijk voor een blog), maar een regenachtige zondagmiddag? Leest u zo traag? Anders wil ik het wel eens komen voorlezen ten uwent. Wel graag een flesje jenever klaarzetten. Of een kom soep (tomaat). Mag ook.
 
Ik dacht ook eerst te schrijven dat u eens moest verklaren hoe u aan die enigmatische nick komt. Alleen al het zacht voor je uitspreken van die 'seomezeor' zorgt voor moeilijkheden. Maar plots had ik het geniale idee het ding eens om te draaien. Van achter naar voor te lezen, bedoel ik. Nou, toen werd een en ander duidelijk.
 
Met vriendelijke groeten,
 
De Drs.
drs op 15-10-2011 20:21
Vrouwtje Babbel,
Delezers moeten blijkbaar een zekere weerstand overwinnen om er aan te beginnen. Het is een beetje lang voor een blog, ik weet het.
Met vriendelijke groeten,
De Drs.
drs op 15-10-2011 20:26
@ Heer Irimi
@ Heer Wolf
 
Ik besef heel goed dat ik een oubollig verhaal heb geschreven. Tegenwoordig maken ze zo niet meer. Ik heb in mijn jonge jaren echter veel zulke dingen gelezen, en toen ik hier op mijn blog naar links loerde en mijn poll nog eens bekeek, toen besefte ik weer eens dat meer dan 30 % van mijn bezoekers ouder is dan 50 jaar. Misschien zitten er daar dus wel mensen tussen die een dergelijk verhaal nog kunnen appreciëren.
 
Met vriendelijke groeten,
 
De Drs.
babbelegoegje op 16-10-2011 05:20
hr.drsje, ik heb het verhaal gelezen. En dat wilde ik u alvast even laten weten.Nu de reacties nog, alvorens ik erop ga reageren. Met één korte opmerking alvast. Magdalena is 76 jaar geworden, een respectabele leeftijd in die jaren.  Gelukkig rekende men toen  nog niet uit, wat een bejaarde kostte en de grijze golf baarde destijds ook nog niet zoveel zorgen.En ach, zo ging dat  in die jaren, bij de konijnen af. Maar ja, ze kregen op school, of via televisie of internetsites, ook geen voorlichting natuurlijk, ze moesten het van de konijnen leren, als't ware. En ook aldoende leerde men. En daar moet ik het nu eerst maar weer even bij laten.

drs op 16-10-2011 05:49
Vrouwtje Babbel,
We spreken hier wel over het katholieke Vlaanderen. En in het katholieke Vlaanderen was er van contraceptie geen sprake. Als er al middeltjes bestonden, dan mocht men die zelfs niet toepassen, anders riskeerde men de wrake Gods over zich heen te krijgen.
't Waren vruchtbare tijden.
Met vriendelijke groeten,
De Drs.
babbelegoegje op 16-10-2011 16:23
jaja, hr.drsje. Ik had er nog een stukje aan vast, maar dat heb ik nog maar even weggelaten, omdat ik geen tijd meer had.
De problemen begonnen pas na na de tweede wereldoorlog. (Ja, dit zinnetje klopt wel als je het goed leest ) Na de geboortegolf na die oorlog,  besloten die kinderen later, eind vijftig, begin zestig, dat twee kindertjes eigenlijk wel genoeg was, liefst een jongen en een meisje.En al was dat een doorn in het oog van de paus, men is toen eerst gewoon begonnen, stiekem voor het zingen de kerk uit.te glippen. In Magdalena haar tijd, moest je dat je man ook niet flikken. Die wilde natuurlijk, behalve geen gedoe met dat uitglippen, ook wel wat extra arbeidertjes op de boerderij.

drs op 16-10-2011 16:58
Juist, Vrouwtje Babbel,
 
U zegt het: extra arbeidertjes op de boerderij. Vandaar dat de verplichte legerdienst in die tijd een flinke inspanning betekende voor het gezin. En een zoon of een dochter die pater of priester of kloosterzuster werd, ja, dat ook. Men was er wel trots op ("onze Klaas is pastoor"), maar dat was weleen paar handen minder op de boerderij.
 
In het gezin van mijn vader telde men 2 (TWEE) paters (KLIKen KLIK)en 1 kloosterzuster in Transvaal Zuid-Afrika.
 
Met vriendelijke groeten,
 
De Drs.
Repel op 16-10-2011 20:09
U logt nog.
Lang niet langs geweest....en ik vraag me nu af waarom ik uw log heb geskipt in mijn poging minder te bloggen.
blij weer eens hier te zijn.
 
Vriendelijke groet uit Repeldorp!
Repel op 16-10-2011 20:09
Geskipt? Geskipped?
Hmmm, geen idee. 
drs op 16-10-2011 22:43
Vrouwe Repel,
Ook lang bij u niet langs geweest. We staan hier beiden met het schaamrood op de wangen.
En het is GESKIPT. Zoals zo dikwijls was uw eerste idee het juiste.
Met vriendelijke groeten,
De Drs.
seomezeor op 16-10-2011 23:47
Lieve Drs; Geniáál! En zo snel.
 
"Maar plots had ik het geniale idee het ding eens om te draaien. Van achter naar voor te lezen, bedoel ik. Nou, toen werd een en ander duidelijk."
 
Een weblog hieraan voorafgaand heette 'Roezemoes' en ik wilde het helemaal anders, zodoende.
 
"Ik geef toe dat het een flinke lap tekst is (ongebruikelijk voor een blog), maar een regenachtige zondagmiddag? Leest u zo traag?"
 
Normaal gesproken lees ik niet trager dan ieder ander, dacht ik, maar nu u het zegt .......... negen van de tien keer moet ik de leestermijn van mijn bieb-boek verlengen, dat geeft toch te denken.
 
"Anders wil ik het wel eens komen voorlezen ten uwent. Wel graag een flesje jenever klaarzetten. Of een kom soep (tomaat). Mag ook."
 
Klinkt leuk, gezellig ook, gezien de jenever en de soep. (Jenever lust ik niet, tomatensoep daarentegen heel graag.)
Echter, intuïtief weet ik dat het hier bij zal blijven. U zult nimmer mijn domijn betreden om de voor de hand liggende reden dat zulks niet gebruikelijk is in 'Punt-kringen'.
Maar de gedachte er aan houdt mij vrolijk.
 
 
Ik heb uw verhaal met meer dan normale belangstelling gelezen maar moet bekennen dat, na het lezen van de laatste regel, ik toch iets onbestemds had, iets in de trant van, tja......... zo ging dat ja, maar wat is nou de reden dat de Drs dit allemaal opgeschreven heeft? Waarom wilde hij ons dat allemaal vertellen?
Ik lees niets nieuws, heb dit vaker en beter gelezen, het is te beknopt, en (daardoor?) te oppervlakkig, kortom, het raakte mij niet echt.
 
Maar lieve Drs, laat u niet ontmoedigen door de eerste de beste blaaskaak! Ik mag hier héél graag komen en dat niet veranderen!
 
Uw Seomezeor.
seomezeor op 16-10-2011 23:49
Domijn is natuurlijk domein. Met excuses.
drs op 16-10-2011 23:51
Vrouwe Janny,
 
Uw kritiek was helemaal terecht. Ik had eigenlijk meer afgebeten dan ik kon kauwen. Beknopter kan ik het niet bekennen.
 
Met vriendelijke groeten,
 
De Drs.
CO 078 op 17-10-2011 10:25
"In de hoop(zoals elders beloofd)Magdalena Aspeslagh terug te zien in een prozaïsch verhaal verblijf ik enigszins verwonderd." schreef Heer Urbain Alpain ooit.
Wel, waar blijft hij nu?
drs op 17-10-2011 16:41
Heer CO 078,
 
Dat hebt u goed onthouden. Ofwel klikte u op het linkje hierboven en las u opnieuw het versje en alle reacties, ja dat kan ook.
 
Snaakse groeten,
 
De Drs.
EVK op 17-10-2011 20:35
Beste Drs.
 
Het verheugt mij vast te stellen dat u de muze heeft teruggevonden. U ziet, het is vaak zo dat men iets terugvindt eens men stopt met zoeken.
 
Ik heb het graag gelezen. Dank u.
 
Uw EVK
Eva op 24-10-2011 22:38
Drs, ik zal kort zijn: wat een mooi verhaal! Op één of andere manier bleef het mij boeien, ook al zit ik op hete kolen omdat ik erg graag naar bed wil. En dat is een compliment!!
Ga vooral door met deze korte verhalen, ik zal ze graag lezen.
Groetjes Eva
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl